Nederlog        

 

31 januari 2007

                                                                 

De vrijheid van de wil

 

 

Over de vrijheid van de wil is al duizenden jaren gediscussieerd door zeer velen, niet alleen vanwege filosofische belangstelling, maar bijvoorbeeld ook in wettelijke contexten, waar het van belang is voor de vraag of en in welke mate iemand verantwoordelijk is voor dingen die hij deed of naliet.

Het probleem van de vrijheid van de wil bestaat in ieder geval gedeeltelijk in de veronderstellingen dat alles een oorzaak heeft; dat wat gebeurt noodzakelijk gebeurt; dat mensen zich - desalniettemin - vrij voelen te bepalen wat ze doen, in allerlei omstandigheden; en dat ze in ieder geval vaak door anderen verantwoordelijk gehouden worden voor hun daden, op basis van de overweging dat ze anders hÓdden kunnen doen dan ze deden, als ze maar gewild hadden, of ruggegraat genoeg hadden gehad om te doen wat ze wisten dat goed was, maar nalieten uit gemakszucht, angst of eigen voordeel.

Ik schetste hier alleen zeer summier, maar het is een probleem waar veel over geschreven is, al is dat vaak nogal saai. Geheel niet saai over het onderwerp is Diderot, in "Jacques en zijn meester", dat de reizen en avonturen van een frans edelman en z'n knecht beschrijft, waarvan de edelman in vrije wil gelooft maar sterk genegen is alles z'n beloop te laten, terwijl z'n knecht Jacques gelooft dat alles wat gebeurt voorbeschikt is maar tegelijk allerlei initiatieven ontplooit.

Diderot is ooit vertaald in het Nederlands, vast ook in het Frans op het internet te vinden, en bijzonder aardig, ook voor wie helemaal niet ge´nteresseerd is in het vraagstuk van de vrije wil, want het heeft de vorm van een picardische schelmenroman, en Diderot kon heel goed schrijven.

Waarom schreef ik dit uit? Omdat ik wilde opmerken dat ik pas een mijns inziens redelijke algemene theorie over willen opgeladen heb, als onderdeel van mijn Philosophical Dictionary.

Het is ongetwijfeld zowel minder amusant als een heel stuk preciezer dan Diderot's boekje, en Diderot had dan ook het nadeel dat de waarschijnlijkheidstheorie in zijn tijd niet bijzonder ontwikkeld was.

Mocht u er meer van willen weten, en kunt u redelijk makkelijk uit de weg met Engels en met wiskundige formules, dan is hier de link: Willing.

En er is trouwens ook een heel zinnige discussie van vrije wil in Aristoteles' Ethica, Boek III, en misschien aardig om op te merken dat het vraagstuk van vrije wil niet bestond voor Aristoteles: Hij ging er vanuit dat de mens een vrije wil heeft, en dat dit zelf-evident is. In Willing doe ik hetzelfde, maar tracht dan aan te geven waarin die veronderstelde vrijheid precies bestaat, en hoe deze mogelijk is.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail