Nederlog        

 

10 december 2006

                                                                 

Persoonlijke geschiedschrijving

 

 

In één van de bijlages van de NRC van dit weekend staat een hele pagina onder de titel "Vertel het hele verhaal van de oorlog en betrek dus ook de NSB erbij". Het gaat vergezeld van een grote foto van NSB-leider Mussert in uniform, en is geschreven door Chris van der Heijden, "Historicus, schrijver en publicist. Auteur van onder meer 'Grijs verleden. Nederland en de Tweede Wereldoorlog' (2001')", volgens een bijgevoegd kadertje.

Ik heb dat zojuist genoemde boek niet gelezen, maar wel recensies ervan, indertijd, die mij o.a. bijgebleven zijn omdat ze sterk de indruk gaven dat Van der Heijde leek te hebben geschreven uit het post-modernistisch gedachtegoed dat een generatie lang zo populair was aan de UvA - "waarheid bestaat niet, alle moraal is relatief, en alle mensen zijn gelijkwaardig" - en omdat Van der Heijden zo z'n best leek te doen om te beargumenteren over Nederland en Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog wat overste Karremans doceerde en praktiseerde te Srebrenica: "There are no good guys, and there are no bad guys".

Het verbaasde mij dus indertijd enigszins, o.a. omdat de gangbare geschiedschrijving van Nederland in de Tweede Wereldoorlog nogal ànders is, maar ik verklaarde het indertijd voor mijzelf uit een combinatie van Van der Heijden's modieuze post-modernisme, dat immers ook zo bijdraagt aan de nationale Nederlandse nivelleringsverlangens: niemand mag beter zijn dan wij "dus" is iedereen "gelijkwaardig", en "alles relatief", en uit het wel juiste inzicht van Van der Heijde dat er nogal wat mis is met veel Nederlandse geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog.

Mijn verklaringen van indertijd voor Van der Heijden's grote voorkeur voor een Nederlands 'Grijs verleden' van 1940-1945 mogen wellicht waar zijn, maar zijn onvolledig. Dit blijkt nu uit een parenthetisch bijzinnetje, uit het midden van z'n lange NRC-stuk:

"Bovendien, niet onbelangrijk, is er in afgelopen jaren wel wat veranderd en hebben vooral 'de kinderen van' (waartoe ikzelf ook behoor) geprobeerd een en ander nader te verklaren. En een dezer dagen verschijnt een driedelige serie DVD's met NSB-materiaal."

Van der Heijden (overigens dezelfde achternaam als de huidige rector magnificus van de UvA) komt dus uit een NSB-familie, en is (vooral) dáárom geïnteresseerd in de geschiedenis van de NSB, en in het tot Karremans-achtige grijstinten "nuanceren" van de Nederlandse geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog.

Een dergelijke achtergrond is een begrijpelijke reden voor persoonlijke geschiedschrijving, en het is overigens een feit dat de bekendste Nederlandse historici van de Tweede Wereldoorlog, namelijk De Jong en Presser, een joodse achtergrond en nogal wat vermoorde familieleden hadden, en daarmee dus ook al een begrijpelijke reden voor persoonlijke geschiedschrijving.

Maar ja, Van der Heijden heeft ook oordelen als de volgende, dat één continu citaat is:

"Volgens de hoogste schattingen zouden destijds honderdduizend Nederlanders op een of andere manier aan het verzet hebben deelgenomen. Volgens de laagste schattingen zouden evenveel Nederlanders zwaar gecollaboreerd hebben. Over tientallen, zo niet honderden vertegenwoordigers van de eerste groep zijn boeken en artikelen geschreven, tentoonstellingen georganiseerd, lezingen gehouden. Ook heeft bijna elke verzetsgroep in de loop van de tijd wel z'n historicus gevonden - dit alles veelal tot meerdere glorie van het collectief geheugen. Bij de vertegenwoordigers van de tweede groep is, zoals gezegd, ongeveer het tegenovergestelde het geval. Geen wonder dat het beeld van Nederland en de Nederlanders tijdens de oorlog onevenwichtig is."

Met het laatste deel van de laatste zin ben ik het eens, maar de voornaamste reden daarvoor is niet die Van der Heijden geeft, maar veel eenvoudiger dat geschiedenis pleegt te worden geschreven uit het oogpunt en ten behoeve van de overwinnaars, zeker zolang het recente geschiedenis is, en een deel van de betrokkenen nog leeft. Dat is ook niet zozeer typisch Nederlands als algemeen menselijk, hoewel niet bijzonder verheffend.

De rest van het geciteerde is minder zinnig.

In de eerste plaats zijn "de hoogste schattingen" van "honderdduizend Nederlanders [die] op een of andere manier aan het verzet hebben deelgenomen" veel te hoog, en zijn "de laagste schattingen" van honderdduizend "Nederlanders [die] zwaar gecollaboreerd hebben" veel te laag - terwijl bovendien termen als "het verzet" en "collaboreren" behoorlijk vaag zijn.

Maar er waren maar enkele duizenden betrokken bij het gewapend verzet, en dat waren vooral communisten en zeer gelovige christenen, terwijl de zeer grote meerderheid van de Nederlanders die de oorlog overleefden dat deden door zus of zo te collaboreren, in deze of gene mate, en geheel afgezien van de vraag of ze ook tot de "honderdduizend" behoorden die wel eens een "Parool" zagen o.i.d. zonder daar direct aangifte van te doen bij de Duitse bezetter, of daarvoor werkende ("collaborerende") Nederlandse politie.

Er is iets anders enigszins irritant met die (maximaal) "honderduizend" bij het verzet betrokkenen en die - "grijs", "gelijkwaardig" - (minimaal) "honderdduizend" bij (zware) collaboratie betrokkenen.

Dat is niet alleen de radikale gelijkstelling of numerieke gelijkschakeling van beide groepen, maar het feit dat er ook nog eens (ruim) honderduizend Nederlanders van joodse achtergrond opgepäkt en vermoord zijn in de Tweede Wereldoorlog, en dat het getal van honderduizend ten naaste bij 1% van de toenmalige Nederlandse bevolking is.

Kortom, wie Van der Heijde enigszins letterlijk neemt komt tot 1% collaborateurs, 1% verzetslieden, en 1% vermoorden - en kennelijk 97% onschuldig betrokkenen, die - overigens naar zeer Nederlands gebruik - aan de kant stonden toe te kijken, en niets deden, niet ten goede, niet ten kwade, en ook niet vermoord werden, en verder het grootste deel van de oorlog braaf hun gewone werk deden, en pas vanaf mei 1945 heldhaftig werden, in Ons Nationale Nederlands Verzet Tegen De Duitse Bezetter.

Vervolgens.

Ongetwijfeld zijn er veel méér geschiedenissen van het Nederlands verzet geschreven, en van verzets-groepen en verzets-strijders, dan van de NSB of de Nederlandse Waffen-SS (terwijl er van de laatste twee groepen toch véél meer waren dan er daadwerkelijke Nederlandse verzetsstijders waren).

Maar dat is te verwachten, zoals ik al opgemerkt heb - en overigens zijn veel van die geschiedenissen nauwelijks de moeite van het lezen waard, juist omdat ze zo evident het perspectief van de overwinnaar geven, en partijdig zijn, en voor een flink deel propaganda, en vaak ook geschreven zijn door amateur-historici, of slechte schrijvers met een politieke agenda (als Mulisch of De Vries), of evident geschreven zijn ten behoeve van deze of gene politieke of religieuze belangengroep.

En was het ànders geweest, met aanzienlijk méér aandacht voor Nederlandse NSB'ers, Waffen-SS'ers etc., dan was Van der Heijden waarschijnlijk nòg minder gelukkig geweest, eenvoudig omdat er dan aanzienlijk meer overwinnaars-geschiedenis zou zijn geschreven.

Verder komt het mij voor alsof Van der Heijden's persoonlijke druiven érg zuur zijn als hij schrijft dat "bijna elke verzetsgroep in de loop van de tijd wel z'n historicus [heeft] gevonden", wat mij overigens ook als een pertinente onwaarheid voorkomt, terwijl een bewering als dat "dit alles veelal tot meerdere glorie van het collectief geheugen" was mij als categorische onzin voorkomt.

Hoe het zij, mijzelf verschijnt het alsof tussen 1940 en 1945 de meeste Nederlanders collaboreerden of niets deden; een flinke groep in de NSB of de Nederlandse SS zat (minstens zes keer zoveel als in het gewapend verzet), en een kleine groep zich serieus verzette - waarvan weer een aanzienlijk deel gedurende de oorlog gearresteerd is, en vermoord.

En mijzelf verschijnt het ook alsof een werkelijk objectieve en onpartijdige geschiedenis van iets vrijwel altijd alleen geschreven kan worden als alle betrokkenen allang dood zijn, en overwegend vergeten - zodat ik niet aanneem ooit een werkelijk goede geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog te zullen lezen, omdat de geschiedenis daarvoor te recent is. (*)

Wat ik wel hoop is dat de archieven goed bijgehouden zijn en blijven, zodat ergens in de 22ste of 23ste eeuw - Deo Volente, en als Al Gore ongelijk heeft, en Nederland niet allang grotendeels ondergelopen zal zijn, met archieven en al - eindelijk een enigermate behoorlijke, objectieve, onpartijdige geschiedenis van Nederland tussen 1940 en 1945 geschreven zal kunnen worden.

(*) Hoewel ... misschien dat een Brit of Amerikaan het ondertussen deed, althans gedeeltelijk. Ikzelf vond bijvoorbeeld de lemma's over Nederland en de jodenvervolgingen in Nederland in "The Holocaust Encyclopedia", Ed. Walter Laqueur, Yale University Press, 2001, ISBN 0-300-08432-3, een stuk zinniger, realistischer en minder bevooroordeeld dan veel Nederlandstalige geschiedschrijving van hetzelfde onderwerp. Dit is een aanrader, voor wie over "Nederland in de Tweede Wereldoorlog" wil lezen, zonder de daarbij in Nederland gebruikelijke vooroordelen, omzichtigheden en opzettelijke vaagheden en onduidelijkheden.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail