Nederlog        

 

6 december 2006

                                                                 

Alledaags Romeins leven en echte liefde

 

 

Ik lees al een jaar of tien, vijftien, mr geschiedenis dan ik vroeger deed. En belangrijke reden om dat te doen is dat het me de beste manier lijkt mensen te leren kennen, en een andere is dat het me interesseert te weten hoe mensen vroeger leefden.

Eerder dit jaar noemde ik "Daily life in Ancient Rome" dat een heel goed en leesbaar beeld geeft van het onderwerp dat de titel aangeeft, en ik las net Plinius de Jongere in Engelse vertaling: "The Letters of the Younger Pliny", in Penguin Classics. (*)

De jongere Plinius, zo genoemd omdat hij geadopteerd werd door de oudere Plinius, van wie ook behoorlijk wat overgeleverd is, was een hoge Romeinse bestuurder en advocaat van rond het jaar 100, onder keizer Trajanus, met wie hij ook correspondeerde, o.a. over problemen met toen opkomende Christenen. Deze briefwisseling met Trajanus is ook in "The Letters of the Younger Pliny" terug te vinden.

Trouwens, hier is keizer Trajanus over anonieme aangiftes, tegenwoordig zo populair onder Westerse regeringen, met anonieme kliklijnen voor iedereen met een hekel aan z'n buren:

"But pamphlets circulated anonymously [met beschuldigingen dat die-en-die een Christen zou zijn] must play no part in any accusation. They create the worst sort of precedent and are quite out of keeping with the spirit of our age." (Namelijk Anno Domini 102 - en dit is geciteerd van p. 295) 

Plinius komt in z'n brieven naar voren als een zinnige en aardige man, als een kennelijk goed en behoorlijk bestuurder, en als iemand die veel om literatuur gaf, zelf veel schreef, en o.a. Tacitus en Martialis persoonlijk kende.

Omdat Plinius zijn brieven zelf koos en uitgaf, en veel moeite deed een goede Latijnse stijl te schrijven, is het aannemelijk dat deze  overleverde brieven ook geschreven zijn met het oog op - eventuele - publicatie, maar daar is niet veel van te merken.

En van de aardige dingen, naast inkijkjes in het alledaagse leven van een vooraanstaand Romeins bestuurder, een beschrijving van de eruptie van de Vesuvius die Pompeii in as legde, en de correspondentie met keizer Trajanus over - o.a. - de vroege Christenen, is dat Plinius bijna voortdurend schrijft in en over zijn eigen hier en nu, zodat je dus een tijdsbeeld krijgt van zijn tijd geschreven in zijn tijd - en niet n dat veel later gecompileerd  werd door historici uit allerlei materiaal.

Hier is een aardig stukje over echte liefde tussen man en vrouw - waarbij de lezer moet bedenken dat n van de echt grote verschillen tussen toen en nu de vooruitgang in de medische wetenschap is, die overigens overwegend dateert van de laatste ca. 150 jaar, en dat het euvel waar Plinius van spreekt kennelijk kanker is. Dit is brief 24 uit boek Zes, minus de laatste zin:

"24. To Calpurnius Macer

How often we judge actions by the people who perform them! The self-same deeds are lauded to the skies or allowed to sink in oblivion simply because the persons concerned are well known or not.

I was sailing on our lake Como with an elderly friend when he pointed out a house with a bedroom built out over the lake. 'From there,' he said, 'a woman of our town once threw herself with her husband.' I asked why. The husband had long been suffering from ulcers in the private parts, and his wife insisted on seeing them, promising that no one would give him a more candid opinion whether the disease was curable. She saw that there was no hope and urged him to take his life; she went with him, even led him to death herself, and forced him to follow her example by roping herself to him and jumping into the lake." (p. 175)

Waarom is dit een voorbeeld van echte liefde? Omdat de vrouw haar echtgenoot ook had kunnen laten kreperen en zelf verder leven. (Ik ken zo iemand, tot mijn grote schade, die tegenwoordig doctor aan een Engelse universiteit is - en ik geef toe dat moed en karakter zeer veel zeldzamer zijn dan hun tegendelen.)


(*) "The Letters of the Younger Pliny", translated with an introduction by Betty Radice, Penguin Books.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail