Nederlog        

 

21 september 2006

                                                                 

Bjørneboe en de menselijke beestachtigheid

 

 

De menselijke beestachtigheid is geen populair thema, en al helemaal niet onder de Jannen en Jansen Modaal, en de Ottos en Gretchens Normalverbraucher, want die beschouwen het als laster tegen hen zelf of als een evident gestoorde politiek zwaar incorrecte mening, die in een behoorlijke maatschappij voor Modalen en Normal-verbrauchers keurig verboden zou worden.

Toch - om Chamfort uit mijn vorige stukje te citeren - is het zo dat

"Presque toute l'Histoire n'est qu'une suite d'horreurs."
   (Chamfort)

en de voornaamste twee oorzaken hiervan, die de doorsneemensen niet zien en niet willen erkennen, uit gebrek aan historische en overige kennis, zijn de gemiddelde menselijke domheid en slechtheid. Van doorsneemensen, met name. En die slechtheid bestaat gewoonlijk vooral uit conformisme, onverschilligheid, en gebrek aan menselijke individualiteit, alles van het soort "If in Rome, do as the Romans do", zegge op z'n modaalst-allermodaalst "Onder het Nazisme doet een normaal mens normaal, en wordt Nazi" - zodat de uiteindelijke hoofdoorzaak inderdaad de gemiddelde menselijke domheid is. En helaas: "Gegen die Dummheit kämpfen selbst die Götter vergebens".

Maar Jens Bjørneboe - Noors, 1920-1976 - probeerde het toch, zoals betrekkelijk veel uitstekende mensen, waarvan er altijd maar weinig zijn, percentueel en absoluut, temidden van de hordes van gelukkige, gewone, gezonde doorsneemensen, en ging er uiteindelijk aan tenonder: "After having struggled with depression and alcoholism for a long time, he committed suicide on May 9th, 1976." (Ik citeer hier uit het Wikipedia-artikel over Bjørneboe, dat wat moeilijk te linken valt vanwege die Noorse "ø".)

Bjørneboe was een Noors schrijver en schilder, die een fraai, helder en persoonlijk Noors schreef; redelijk veel boeken, gedichten en toneelstukken heeft gepubliceerd; en wiens onafgemaakte hoofdwerk bestaat uit drie delen (van twaalf geplande) van "De geschiedenis van de menselijke beestachtigheid":

- Het ogenblik van de vrijheid
- De kruittoren
- De stilte

Ik geloof dat ze alledrie ooit vertaald zijn in het Nederlands, maar weet dat niet zeker, want ik heb en las ze in het Noors, en als ze vertaald zijn dan toch vrijwel zeker meer dan twintig jaar geleden.

De komende tijd wil ik af en toe aandacht besteden aan de menselijke beestachtigheid (Bjørneboe laat het "menselijke" weg, maar ik voeg het toe o.a. om de verwarring met sexuele perversies te vermijden, al vallen die er wel onder, maar als kleine deelklasse van een grote gruwelgeschiedenis), en vandaar dat ik Bjørneboe noem, omdat de genoemde drie delen van z'n hoofdwerk er een uitstekende inleiding bij vormen.

Er is een goede site over Bjørneboe door z'n vertaalster in het Engels, Esther Greenleaf Mürer: "Jens Bjørneboe in English", met veel materiaal over hem, en met redelijk wat uitgebreide vertaalde citaten.

De vertalingen zijn kennelijk goed, al moet ik opmerken dat het Engels (en ongetwijfeld ook een Nederlandse vertaling) twee uitgesproken opvallende charmes van het Noors mist: Noors is nòg korter en krachtiger dan Engels (en heeft dus aanzienlijk minder letters nodig om dezelfde gedachte uit te drukken als in andere talen ook kan, maar dan met meer omslag) en heeft met het - juist weer zeer lange en omslachtige - Duits de eigenschap gemeenschappelijk dat veel van de meer abstrakte termen niet uit het Latijn komen, maar afgeleid zijn van een herkenbare meer konkrete term.

Hier zijn tot slot vier citaten, ontnomen aan de bovengenoemde site "Jens Bjørneboe in English"  die er zeer veel meer geeft, die laten zien - voor wie wil en kan zien - waar Bjørneboe het over heeft:

Thousands and thousands have given their lives for freedom of human thought, for freedom of conscience, and for the freedom of future generations—this freedom which we treat so badly today.
    The bloodbaths aren't the main thing; the main thing is the heretic.
    What is it that gives a person such strength?
    Greater than the problem of evil is the problem of good.
        —Powderhouse (1969)

The human mind's road toward freedom has been a road through torture chambers, blood and fire. Nothing awakens such hate in secure, saved believers as skeptical, critical thought—as the desire to see for oneself, to test an inherited truth oneself before accepting it. For persons with this attitude "nothing is sacred"; no authority exists for them but the true authority which derives from greater insight, greater experience—from reality itself.
         —"Anarchism—today?"   (1971)

Laughter means distance. Where laughter is absent, madness begins. The moment one takes the world with complete seriousness one is potentially insane. The whole art of learning to live means holding fast to laughter; without laughter the world is a torture chamber, a dark place where dark things will happen to us, a horror show filled with bloody deeds of violence.
        —Moment of Freedom   (1966)

Europe today has a long and painful history of illness, a history of preferring lies to truth, gold to human kindness, power to understanding. We've preferred the disease to the medicine. And we've exulted over our false, bloated, sick health, we've prayed to the Caesars and we've cried "give us Barabbas" for two thousand years. We've eaten with the murderers and scorned the victims. And we don't even have the excuse that we didn't know better. We've known of other possibilities all along, we've had an almost free choice between understanding and violence—and our choices stand there in the history of our own sickness like milestones: gallows, stakes, and crosses.
         —The Silence  (1973)

Later meer hierover, maar ondertussen raad ik u Bjørneboe van harte aan. De Engelse vertalingen lijken nog verkrijgbaar en zullen u niet tegenvallen als de bovenstaande citaten u aanspreken. Ik geef toe dat het allemaal niet vrolijk is, maar sluit in dat verband af met twee citaten van Chamfort in Engelse vertaling:

Almost all men are slaves for the reason that the Spartans gave for the servitude of the Persians: the inability to pronounce the syllable "no". The ability to pronounce this word, and the ability to live to oneself, are the only ways of preserving one's liberty and one's character.

He who has no character is not a man but a thing.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail