Nederlog        

 

27 juni 2006

                                                                 

De Utrechtse kwestie

 

 

In de NRC van heden staan weer een drietal ingezonden brieven over de Utrechtse kwestie, waarvoor zie op deze plaats: 19 juni, 20 juni, 21 juni en 22 juni.

Een M.S. Elzas uit Wageningen bespreekt artikelen uit "de Wet Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (Whoho die sinds 2002 het Academisch Statuut vervangt)" en komt tot de conclusie dat prof. van der Horst gelijk had.

Prof. van der Horst heeft ook een ingezonden brief, vooral naar aanleiding van telefonische interviews door NRC-Handelsblad met diverse rectores over de Utrechtse kwestie en konkludeert, kennelijk terecht dat

"Opnieuw wordt (..) de suggestie gewekt dat het wetenschappelijk niveau van de gewraakte afscheidsrede was waar het conflict om draaide, terwijl het in feite een kwestie van angst voor islamitische gevoeligheden en van politieke correctheid was."

Ja, dat lijkt me ook. Van der Horst merkt afsluitend over rector Gispen op:

"Misleidend is ook dat hij zegt op mijn vraag of ik dan niets mocht zeggen over het huidige anti-semitisme geantwoord te hebben: "Natuurlijk, dat is jouw zaak." Want toen ik daarop vroeg of dat ook over het islamistische anti-semitisme mocht gaan, zei hij 'nee'. Maar dat vermeldt rector Gispen niet."

Tenslotte is er een ingezonden brief van honorair professor Baehr, die te Utrecht de rechten van de mens onderwijst, en de zaak m.i. tamelijk redelijk samenvat:

"Hoogleraren en andere wetenschapsbeoefenaren moeten de vrijheid hebben impopulaire standpunten te verkondigen, mits die op wetenschappelijke basis berusten. Dat heeft collega van der Horst willen doen. Hij zou eventuele negatieve reacties achteraf hebben moeten aanvaarden. Dat hij voor het 'advies' van de rector is bezweken, valt te betreuren, maar belangrijker is dat de rector er niet verstandig aan heeft gedaan te proberen de tekst van het afscheidscollege vooraf te benvloeden."

Alleen: Ik denk niet dat een afscheidscollege alln wetenschappelijk moet te zijn, en dat zeker in een afscheidscollege ook andere zaken op andere wijze ter spraken mogen worden gebracht, en ik denk ook dat Van der Horst niet per se lle "negatieve reacties" op zijn college zou hebben moeten "aanvaarden", afgezien van hun vorm en inhoud.

Tenslotte een opmerking van mij over de motieven van Van der Horst en Gispen. Ik geloof ondertussen wl dat ze allebei op hun manier probeerden het goede te doen - maar geloof ook dat Gispen zich vergiste.

 

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail