Nederlog        

 

21 juni 2006

                                                                 

Nogmaals over Utrecht's UU

 

 

In de NRC van heden staat een redelijke ingezonden brief van prof. van der Horst over de kwestie waar ik hier eergisteren en gisteren van sprak.

Een en ander is te lang om hier in extenso te citeren, maar een paar punten zijn wel interessant, zowel in samenhang met de kwestie als meer algemeen de vrijheid van meningsuiting, waar ik ook eerder over schreef.

Relevant voor de kwestie is Van der Horst's opmerking dat

"..kan ik een brief van 7 juni tonen waarin de rector mij schrijft dat mijn uitspraken mijn eigen veiligheid en die van andere medewerkers van de universiteit in gevaar zou brengen."

Dat is aardig om te weten - en zie mijn opvatting van eergister hierover. En afgezien van paranoia: Wat voor evidentie meent zo'n rector te hebben voor z'n mening? 

En verder schrijft Van der Horst

Echter, in de afgelopen dagen heb ik veel positieve reacties op de twee gewraakte versies van mijn rede gehad, van tientallen geleerden van naam. Allen vonden zij ofwel mijn betoog goed onderbouwd, steekhoudend en relevant, ofwel verschilden zij met mij van mening, soms diepgaand, maar vonden zij dat ik het volste recht had deze rede in die vorm te houden omdat anders de academische vrijheid zou worden geschonden.

Ja, dat leek ook mij vanaf het begin de hoofdkwestie.

Ook vonden de meesten dat, waar het gaat om een zaak van zo eminent ethisch belang als de toename van de jodenhaat wereldwijd, een felle en hartstochtelijke toon op z'n plaats is.

Wat mij betreft, en de kwestie is niet alleen van ethisch belang. Een grote oorlog om of in IsraŽl raakt de belangen van de hele wereld, ongeacht hun opvattingen over IsraŽl.

Ook liet menigeen mij weten - en ook daarmee ben ik het van harte eens - dat zelfs als ik daarin voor het besef van anderen  te ver zou gaan, dat geen reden voor censuur is; dan kan de universiteit zich achteraf distantiŽren, maar censuur vooraf is altijd uit den boze.

Juist. En daar komt bij, al is professor van der Horst beleefd genoeg dat niet te zeggen, dat hij niet zů maar iemand is, maar dat hij wilde spreken als professor van de universiteit, en weer niet zomaar over het terrein van zijn wetenschap, maar bij wijze van zijn afscheidsrede als professor.

Ik zei al dat ik het een redelijke brief vind.

Afsluitend, omdat ik van logica houd: Er zijn wel degelijk situaties denkbaar waarin een rector volgens mij het recht - misschien ook de plicht - zou hebben een professor het woord te ontnemen. (Gek geworden, onbekwaam gebleken, wetenschappelijk gefraudeerd etc.)

Maar daar was hier allemaal evident geen sprake van, en ik blijf er bij dat rector Gispen iets onrechtmatigs deed, eenvoudig omdat een professor van een universiteit in beginsel het recht behůůrt te hebben en hťťft, om bij zijn afscheidsrede te zeggen wat hij wil, vanwege het recht op vrije meningsuiting, vanwege zijn aanstelling, vanwege de academische vrijheid, en vanwege de bijzondere gelegenheid.

 

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail