Nederlog        

 

20 juni 2006

                                                                 

Gelieg aan de Universiteit van Utrecht

 

 

Nederland is een weinig beschaafd land.

Ik schreef gisteren over Censuur aan de Universiteit van Utrecht, en vandaag staat er een ingezonden brief in de NRC, van vier professores doctores van die universiteit, die protesteren tegen een hoofdredactioneel NRC-artikel.

De zeer hooggeleerde heren (vermoed ik, maar alle vier hooggeleerden zijn mij volkomen onbekend, zodat ik niets over hun eventuele andere geslacht kan zeggen, en statistisch oordeel in deze kwestie) beweren als inleiding en als afsluiting van hun ingezonden brief dat zij

"in de allereerste plaats de aantijging in deze krant gedaan, dat onze rector bang zou zijn, naar het land der fabelen verwijzen."

Zèggen ze. Herhaaldelijk. Maar ik geloof dat ze... de waarheid niet spreken. Ik geloof, om eens een regel uit 1862 te citeren, dat

"ER IS VERROTTING IN DEN STAAT, EN DE NAAM VAN DIE VERROTTING IS LEUGEN"   *)

En dat is óók zo aan de Universiteit van Utrecht, hoewel lang niet alleen dáár.

De hooggeleerde heren, allen van het zogeheten "College voor Promoties van de Universiteit Utrecht" willen héél iets anders dan de zogenaamde "aantijging" weerleggen dat hun zeer geëerde collega "prof.dr. Willem Hendrik Gispen" "bang" zou zijn.

Daar gaat de kwestie dan ook helemaal niet om. De kwestie gaat om academische vrijheid, vrijheid van censuur, en - maar dan als afgeleide kwestie - over de leugens die de rector hanteerde om die academische vrijheid te beknotten en die censuur op te leggen.

En het gaat meer specifiek om "de afscheidsrede van onze collega, de hoogleraar Pîet van der Horst", die z'n vier zeer hooggeleerde collegae eens even stevig zwart willen maken, met een groot, oneerlijk, vals vertoon van kwasi-wetenschappelijke autoriteit, van de leden van dat "College voor Promoties van de Universiteit Utrecht", die alle vier, net als hun "collega" Van der Horst, wellicht zeer geleerd zijn, maar het toch nooit verder schopten dan een heel provinciaal universiteitje.

Waarom merk ik dat laatste op? Wel, vanwege het proza van de vier hooggeleerde likkers van het zitvlees van de o zo niet bange rector van dit geheel niet buiten Nederland bekende universiteitje.

Wij leren namelijk uit de ingezonden brief van zijn vier professorale schoonwassers over de zo moedige rector dat - en nu volgt integraal een lange reeks brutale opzettelijke redeneerfouten, leugens en verdachtmakingen, alles opzettelijk, mag ik hopen, tenzij de heren alle vier een IQ van 85 of lager hebben, wat héél goed mogelijk is in een land met een zó verbluffende premier als prof.mr.dr. Balkenende:

"Hij [de geheel niet-bange rector Gispen] zag al snel dat de tekst talloze passages bevatte die geheel in strijd waren met de mores binnen het wetenschappelijk bedrijf. Passages waarin mensen met een grote internationale wetenschappelijke reputatie zonder enige aanleiding of uitleg smadelijk worden bejegend. Passages waarin generaliseringen voorkomen jegens bevolkingsgroepen en geloofsovertuigingen die zelfs in een journalistiek discours als onwelvoeglijk kunnen worden gekenmerkt. Passages waarin hstoriserende vergelijkingen worden getrokken tussen periodes waar meer dan duizend jaar tussen liggen, een praktijk wie we allemaal als wetenschappelijk niet toelaatbaar kennen of zouden moeten kennen. Passages waarin niet de waarheidsvinding voorop staat, maar de particuliere politieke en maatschappelijke overtuiging van de auteur centraal staan. En dat alles verwoord op een toon die regelmatig de grenzen overschrijdt van wat wetenschappelijk en wellicht ook anderszins toelaatbaar kan worden geacht."

Zo, lezer! Die zit, denkt u misschien, onder indruk van dit gezwaai met "passages" (ongespecificeerd), "mores" (ongespecificeerd), "het wetenschappelijk bedrijf" ("Kennis van het Nieuwe Testament" was het vak dat prof.dr. Van der Horst onderwees!), "bevolkingsgroepen" (ongespecificeerd), "vergelijkingen (ongespecificeerd), "wetenschappelijk niet toelaatbaar" (ongemotiveerd), om van "waarheidsvinding" (ongespecificeerd), "maatschappelijke overtuiging" (ongespecificeerd), en "toon" (ongespecificeerd) niet te spreken.

Het geciteerde is wat de zeer hooggeleerden - Van den Akker, Cornelissen, Koops en Van Leeuwen s.s.t.t. heten ze - u diets wilden maken, en hun loos vertoon dat ze wilden protesteren tegen de sowieso niet relevante en oncontroleerbare "aantijging" dat de hooggeleerde Gispen "bang" zou zijn was alleen maar een viervoudig professoraal leugentje, een rhetorisch truukje, dat diende om het boven geciteerde verbaal te verpakken.

Nu ken ikzelf prof. dr. Van der Horst in 't geheel niet (sinds gisteren nooit eerder van gehoord, zo min als van de andere vier hooggeleerde provincialen), en ik heb ook héél weinig met de zogeheten wetenschap van het Nieuwe Testament en het Jodendom, die prof. Van der Horst onderwees aan de theologische faculteit van zijn geheel niet grote of bekende universiteit.

In feite geloof ikzelf dat theologie geen wetenschap is, tenzij Triviant dat ook is; dat god niet bestaat, en dat wie intelligent genoeg is voor een studie natuurkunde daar ook niet in gelooft, afgezien van mismaaktheid in z'n kindertijd; en dat het goed zou zijn als de theologie aan de Nederlandse universiteiten afgeschaft wordt zolang dat onderwijs niet betaald wordt door gelovigen, uit de kollektes en kerkzakken, en dat het vrijgemaakte geld ten goede zou moeten komen aan wiskunde en natuurwetenschappen, die er belabberd voor staan en échte wetenschappen zijn, van belang voor iedereen, ongeacht z'n religie, want de moderne wereld eet, leeft en communiceert dankzij de moderne wetenschap, en geheel niet dankzij wat god beliefde mee te delen in de bijbel of de koran.

Maar ik vind wèl dat iemand die benoemd is om een vak te onderwijzen aan een universiteit gewoon behoort te kunnen zeggen, schrijven en voordragen wat hij wil, ook als mij dat persoonlijk niet aanstaat.

Dit is wat mijn stukje van gisteren bewoog: Het behoud van academische vrijheid; het recht op vrije meningsuiting; en de onrechtmatigheid van censuur, en dat alle drie in combinatie met wat ik denk dat een universiteit behoort te zijn, maar niet is in Nederland, sinds 1972, toen de universiteiten via de wet (Veringa) zogenaamd "gedemokratiseerd" werden, vanaf welk moment het niveau in alle geledingen en vakken zeer gedaald is, en de opleidingen veel duurder, veel slechter, veel korter, én veel pretentieuzer zijn geworden.

Misschien heeft prof. Van der Horst wel ergens iets gezegd of geschreven waar ik het niet mee eens ben, of dat niet rijmt met mijn opvattingen van wat wetenschap is en zou moeten zijn.

Gezien zijn leerstoel en mijn eigen ideeën over godsdienst is die kans aanzienlijk.

Maar dat is de kwestie niet. De kwestie is: Of hij - professor immers, aangesteld immers, naar men moet aannemen, door een groep van zijn vakgenoten die hem hebben gewogen en niet te licht bevonden om te mogen onderwijzen - vrij is te zeggen, schrijven en publiceren wat hij wil onder zijn eigen naam, zonder dat deze of gene dolle rector daar censuur op uitoefent uit gebrek aan bangheid, of overmatige hondentrouw aan de reputaties van z'n partij-vrienden, of uit onvrede met het vak of de persoon van professor Van der Horst, of om welke andere reden ook.

Vervolgens. Ik heb in de NRC van gisteren een kwart krantenpagina met selecties uit de aangevochten rede van Van der Horst doorgelezen, en kon daar helemaal niets in vinden om het radikaal mee oneens te zijn, als ongelovige bovendien. En al was ik het wèl met hem oneens: Nog steeds heeft hij het recht te zeggen wat hij vindt en denkt.

Ik word dan ook behoorlijk onpasselijk van het proza van de hooggeleerden Van den Akker, Cornelissen, Koops en Van Leeuwen, want het bestaat uit leugens en verdachtmakingen, die des te minder pas geven omdat er al meer dan een generatie lang aan de Nederlandse universiteiten in tal van faculteiten géén behoorlijk wetenschappelijk onderwijs van niveau is gegeven, en aan diverse universiteiten, zelfs bij monde van de Colleges van Bestuur, en bij monde van vele linkse, post-moderne professoren en zogeheten wetenschappelijk medewerkers circa een generatie lang is onderwezen dat "iedereen weet dat waarheid niet bestaat", dat "alle moraal relatief is", en dat "alle mensen gelijkwaardig zijn" (van Einstein tot Eichmann, en van Gispen tot Osama).

Waar waren de boze ingezonden brieven over het vervallen, onwetenschappelijke, gepolitiseerde onderwijs van de hooggeleerden Van den Akker, Cornelissen, Koops en Van Leeuwen uit de tijd tussen 1972 en 2002? Of maakten de vier toen carrière en hielden hun moedige monden? Zo principieel, zo eerlijk, zo gewetensvol?

Welke zijn nu die vele ongespecificeerde "passages" waar de heren sycofanten van rector Gispen bezwaar tegen hebben - én menen de suggesties en insinuaties aan te kunnen verbinden dat Van der Horst (en ik noem het maar even puntsgewijs, voor de advocaterige duidelijkheid):

  • wetenschappelijk immoreel zou zijn

  • een oneerlijk kwaadspreker van hooggeleerde collegae zou zijn
  • een verhandeling hield die "zelfs in een journalistiek discours" "onwelvoeglijk" zou zijn
  • onwetenschappelijk generaliseert en vergelijkt
  • "bevolkingsgroepen" en "geloofsovertuigingen" onbehoorlijk behandelt
  • wetenschappelijk ontoelaatbare praktijken uitoefent
  • niet in "waarheidsvinding" is geïnteresseerd
  • wel de "particuliere politieke en maatschappelijke overtuiging van de auteur" uitdraagt, onder voorwendsel een persoonlijke afscheidsrede te houden
  • en "dat alles verwoord op een toon die regelmatig de grenzen overschrijdt van wat wetenschappelijk en wellicht ook anderszins toelaatbaar kan worden geacht"

een "toon" ook die, moeten de lezer en ik ongetwijfeld begrijpen, geheel afwezig is in het proza van de hooggeleerde Van den Akker, Cornelissen, Koops en Van Leeuwen - menen ze ongetwijfeld zèlf - omdat hun "toon" vast en zeker uitblinkt in "wetenschappelijkheid", moraliteit, objectiviteit en "waarheidsvinding", en ook geheel niet wordt gehinderd door de "particuliere politieke en maatschappelijke overtuiging" van de vier geleerde schrijvers of door hun vriendschappen met en carrièrebelang bij rector Gispen ... menen ze allemaal ongetwijfeld alweer zelf, al is het óók duidelijk dat hun goede vriend rector Gispen ze vast heel dankbaar zal zijn voor hun zo geheel o zo onëgoïstische en onbevooroordeelde, o zo bijzonder "wetenschappelijke" steun voor hem.

Nogmaals, lezer: Ik heb een flink deel van de rede van prof. Van der Horst kunnen lezen in de NRC van gisteren, en heb geen enkele bijzondere reden prof. Van der Horst of zijn veld van expertise hoog te achten of te willen bevoordelen.

Niets bleek mij uit die behoorlijk uitgebreide citaten van de beweringen van de vier hooggeleerde vrienden-cum-zitvlees-likkers van rector Gispen over het proza van Van der Horst, zoals de vier hooggeleerde kwaadsprekers helemaal niets, niets en nogmaals niets aandragen ter ondersteuning van hun verdachtmakingen - alsof dat in hun eigen "wetenschappelijke" kringen geheel vanzelf spreekt, en als behoorlijk zou gelden.

Waarom zeggen de vier hooggeleerden niet eenvoudig dat de redactie van de NRC niet kan lezen, dom is ("zelfs in een journalistiek discours"), en dat wie het met ze oneens is een lid moet zijn van de Hofstadgroep, als ze toch zo makkelijk zijn met insinuaties en verdenkingen klaar staan waar het Van der Horst geldt?

Maar goed - het is inderdaad wèl het niveau van moderne Nederlandse wetenschap en universitaire professoren zoals ik deze de laatste 30 jaren heb leren kennen aan de Nederlandse universiteiten:

Een ras van geboren en getogen collaborateurs van de machthebbers, alleen uit op eigen voordeel, status en carrière, zonder de minste échte belangstelling in échte wetenschap, zonder werkelijke hersens, taalvermogen of bijzondere bekwaamheid, maar allemaal bereid en in staat over alles te liegen en poseren dat hun carrière bestendigt, en dat  Nederland steeds meer klaarmaakt voor ontwikkelingsland, bij ontstentenis van werkelijk wetenschappelijk talent, wetenschappelijk onderwijs of behoorlijk bekwaam bestuur, binnen en buiten de universiteiten. (Zie Spiegeloogcolumns.)

Om mijzelf te herhalen van gisteren:

U kunt beter niet naar de UvA of de UU gaan, en eigenlijk doet u er heel verstandig aan om als u dan wèrkelijk intellectueel talent hebt te emigreren en in een beschaafder buitenland te studeren. Hier in Nederland is alleen plaats aan de universiteiten voor een grote meerderheid van politiek correcte laagbegaafden bekwaamd naar vermogen in European Studies e.d. en een hele kleine minderheid van briljante Chinezen, die hier naar toe worden gehaald (met geld van de Spinoza-prijs e.d.) bij gebrek aan behoorlijk opgeleide briljante Nederlanders. Alle anderen verdoen hun talenten er alleen, en krijgen een genivelleerde opleiding aangepast aan de vermogens van de domsten.

Immers, de universiteiten van Nederland worden al meer dan een generatie lang bevolkt door staven - professoren, doctoren, wetenschappelijk medewerkers - van de gemiddelde kwaliteiten van Van den Akker, Cornelissen, Koops en Van Leeuwen, en ook met die evidente eerlijkheid, integriteit, en moraliteit die zo rijkelijk uit hun proza blijken: lieden die hun bekken wel houden als ze de rector niet zouden plezieren of hun carrière door eerlijkheid in gevaar zouden kunnen brengen, en die het, met al hun valse en loze pretenties van wetenschappelijkheid, niet verder hebben weten te schoppen dan het provincieplaatsje Utrecht waar, m.u.v. 't Hooft en nog enkelen, niemand van de eerste rang in de echte wetenschappen te vinden is.


*) Het citaat is van p. 123 uit "Over Vryen Arbeid" van Multatuli , 4e druk, 1873.

Nawoord: Nogmaals, ik kèn Van der Horst helemaal niet, en sluit geheel niet uit dat ik het in zéér veel met hem oneens zou zijn. Maar hij mag van mij zeggen wat hij vindt, ook als ik het met hem oneens ben. Ik zei hierboven ook dat ik de vier ondertekenaars niet ken. Het geval wil dat ik zeer vele Nederlandse professoren heb meegemaakt, gekend en gesproken, zonder meer dan een kleine handvol enigermate begaafde eb welwillende mensen te leren kennen, en het geval wil ook dat ik de namen "Cornelissen" en "Van Leeuwen" wèl ken van de UvA. Als dit dezelfden zijn als indertijd, lezer, dan zijn het onbegaafde dwaallichten, die alleen uitblinken in het kunnen liegen.

 

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail