Nederlog        

 

6 maart 2006

                                                                 

W.F. Hermans over spelling

 

 

Ik ben een tegenstander van spellingsvernieuwing, en ben dat al sinds de late 60-er jaren, toen er sprake was van een radikale spellingshervorming. Sindsdien zijn er alweer minstens twee grote spellingswijzigingen geweest die ik niet gevolgd heb, omdat ik meen ooit heel behoorlijk te hebben leren spellen op de lagere school, en overigens een hekel heb aan - Nieuwe Spelling! - "ideŽeloze apenkool".

En ja: Ik kan al meer dan 45 jaar heel behoorlijk spellen, en heb geen zin mijn hersens te vermoeien met pedante kul voor laagbegaafden, die zich moeite willen geven juist spellen volgens de allerlaatste mode en meest recente zinloze regels omdat ze toch geen verstand hebben iets zinnigers met taal te doen.

Gelukkig zijn een aantal dagbladen en andere media ook tot het inzicht gekomen dat de laatste - Nieuwe Spelling! - "ideŽeloze" spellingshervorming te gruwelijk en te onredelijk is om te volgen. Zie mijn Witte versus groene spelling en Multatuli tegen de Taalunie voor wie het nog niet wist.

Maar het was plezierig kort geleden Hermans' "Houten leeuwen en leeuwen van goud" weer eens ter hand te nemen, en te vinden dat daarin een paar aardige stukken staan over de voorgestelde spellingshervorming van ca. 1970, waarvan ik het bestaan vergeten was.

Hier zijn bij wijze van reklame de twee openings-alineaas van Hermans' "De spelling van verspilling" uit 1972, te vinden in "Houten leeuwen en leeuwen van goud" p. 119-147:

Ik ken niet veel onderwerpen waar ik met zo weinig plezier over schrijf, als spelling en eventuele spellingswijzigingen.
Maar je wordt ertoe gedwongen door anderen, die niets beters hebben te doen dan prutsen aan de spelling. Zij bemoeien zich ongevraagd met mijn hulpmiddelen. Ervan overtuigd dat spelling grotendeels of helemaal op willekeurige afspraken berust, dat het er niet op aan komt hoe een woord gespeld wordt, als iedereen maar hetzelfde spelt, dat een vergissing geen ramp is, ben ik tevreden met de bestaande spelling. Spelling dient nu eenmaal universeel en onveranderlijk te zijn. Hoe absurd spelling ook moge wezen of lijken, een veranderlijke spelling is absurder dan de absurdste spelling.

Spelling slijt miisschien, ook het taalgebruik slijt, alles slijt, toegegeven. Toch is de nu heersende spellingsveranderingspsychose geen weerspiegeling van een taalslijtage die al plaatsgevonden heeft. Het is een moedwillige vernielingsmanie. Overbodig zoals de veranderingen in het uiterlijk van auto's, radiotoestellen, schoenen, kleren. (p. 119)

Hermans legt het helder en smakelijk uit in de overige 27 paginaas, en wijst daarin terecht op het nivelleer-streven van veel spellingshervormers; de al eeuwen vastliggende spelling van het Engels en Frans; het gevaar dat Nederlandse literatuur van vroeger niet meer leesbaar blijft; de pedanterie van laagbegaafden; en het grote financiŽle voordeel dat uitgevers van schoolboeken bij spellingshervormingen hebben.

Ik kan het u van harte aanraden, want vrijwel alle argumenten die Hermans 34 jaren geleden behandelde gelden nog steeds, zoals de souvereine domheid van de ambtelijke letterkundigen die tÚch voortdurend spellings-hervormingen blijven doordrukken met valse en gelogen argumenten ook nog steeds bestaat, kennelijk omdat het bestendigen van spellingshervormingen zowel hun broodwinning is als in het grote financiŽle belang is van hun vrienden bij schoolboeken-uitgevers.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail