Nederlog        

 

22 februari 2006

                                                                 

Publiek verkondigde meningen zijn meestal niet eerlijk

 

 

Ik heb de afgelopen weken herhaaldelijk mijn licht laten schijnen over het vraagstuk van de vrije meningsuiting.

Hier zijn wat links voor wie het miste of opnieuw wil lezen:

Maar ik heb daarbij minstens één punt overgeslagen en niet behandeld dat velen kennelijk niet erg duidelijk is, en dat mijzelf pas echt duidelijk werd toen ik in Noorwegen woonde. Dat punt is dat publiek verkondigde meningen meestal niet eerlijk zijn. Mensen plegen publiek niet hun eigen mening te geven, maar het soort mening waarvan zij geloven of hopen dat het publiek deze goedkeurt.

Op zichzelf heeft dit feit ook niet zo heel veel van doen met de vraag óf men vrij zijn mening moet kunnen uiten, maar het verklaart wel het een en ander over publieke meningsvorming.

Laat ik kort vertellen hoe me dit duidelijk werd, nu dertig jaar geleden.

Ik woonde in Noorwegen, en er vond een of ander plaatselijk en beperkt olierampje plaats - een olieplatform stortte in of woei om, en er kwam redelijk veel olie vrij op zee, die ook weer voor een deel een stuk Noorse kust verontreinigde.

Het is lang geleden, en de zogeheten ramp was zeer lokaal en is vrijwel zeker reeds lang vergeten door bijna iedereen, behalve mijzelf. Dat komt dan vooral door Dagbladet, het Noorse dagblad dat mijn Noorse vriendin en ik lazen, en mijn naïviteit over Noorwegen en Noren, die mij in staat stelde dingen wat naïever en helderder te zien dan kennelijk mogelijk is voor wie die dingen alledaags zijn en vanzelf spreken.

Wat er namelijk gebeurde was dit. Eerst spoedden vele Noorse politici zich naar "de plaats van de ramp", wat feitelijk in dit geval een heel andere plaats was, namelijk ergens aan de Noorse kust waar olie aanspoelde of aan zou kunnen spoelen, om zich daar te laten fotograferen, interviewen en filmen, en terwijl dat gaande was vreselijk bezorgd te doen. Tot zover dus niets vreemds of ongebruikelijks: Nederlandse politici zouden precies hetzelfde hebben gedaan, even eerlijk ook.

Dagbladet is (of was in ieder geval) een soort Noors NRC-Handelsblad: Redelijk liberaal, vooral gericht aan het meer intelligente of gestudeerde deel van de samenleving, en meestal niet onverstandig of onredelijk. Ze hadden in die tijd ook een bekende columnist, Arne Skouen, die heel regelmatig z'n mening gaf over allerlei vooral Noorse zaken.

Het was voor mij dus behoorlijk verbazend om in die krant, in koeieletters over de hele voorpagina te lezen "Hvordan det bØr være" = "Hoe het behoort te zijn", met in dezelfde krant een groot artikel van Skouen met als titel, in vertaling "Wij Noren, alle Noren, zijn schuldig".

En het was allebei evident volstrekt onredelijk. Het was feitelijk een oproep tot publieke aanstellerij, en een serie voorschriften hoe Een Behoorlijke Noor zich publiek uit zou moeten laten over de olieramp.

Het waren regie-aanwijzingen voor Gewenst Politiek Correct gedrag en idem uitdrukkingen - die duidelijk zowèl door de grote meerderheid van de Noren als nogal onredelijk werden gezien (immers: wat voor persoonlijke verantwoordelijkheid konden zij dragen voor de mogelijke wantoestanden van een olieplatform ergens ver voor de Noorse kust, waarop ze niet eens toegelaten zouden worden al zouden ze willen?) als tòch ook opgevolgd werden als ware het de kledingsvoorschriften bij een huwelijk of begrafenis, alsof dit allemaal vanzelfsprekend was "Hoe het behoort te zijn" en hoe men zich daarover moest uiten, temidden van een Noors publiek.

Het waren publieke instructies à la "das en krokodilletranen verplicht", en het betrof niet hoe men werkelijk dacht, maar hoe men werkelijk dacht dat men zich zou moeten uiten in het publiek als men een oppassende behoorlijke en aangepaste Noor was. Het was een publieke catechismus van "how to make friends and influence people", in het toenmalig Noorwegen: Hoe erbij te horen met het op het moment passend gehuichel, de nu passende pose en de juiste publieke pretentie.

Nu, zó is het met de grote meerderheid van de publiek verkondigde meningen, in ieder publiek, en door vrijwel iedere publieke spreker: Men zegt niet wat men werkelijk vindt, men zegt wat men gelooft dat een persoon in de eigen omstandigheden en van z'n eigen status publiek geacht wordt te vinden - ongeacht waarheid, waarschijnlijkheid of eigen mening.

Het resultaat is vrijwel altijd een publiek verkondigde mening die verschilt van de eigen persoonlijke mening, maar wel aanmerkelijk dichter ligt bij wat, dan en daar, door de meerderheid voor behoorlijk en wenselijk wordt gehouden.

Wat één en ander nog weer moeilijker en ingewikkelder maakt is dat men gewoonlijk ook niet wil toegeven - althans: op of rond dergelijke momenten - dat wat men feitelijk aan het doen is een vorm van conformistisch huichelen is, opnieuw alsof men bij een publieke begrafenis is, en van de dode niets dan goeds mag vertellen, omdat dit anders de rouwenden zou grieven.

Men liegt overwegend, maar wil niet toegeven dat men liegt, om wat men voor morele redenen wenst te houden.

Dit is ook weer wat de prominente leden van de Nederlandse Linkse Kerk - "mijn generatie van verraders" volgens Komrij - voor mij zo stuitend maakt: Het altijd oppassend liegen voor eigen carrière en opgang, zogenaamd vanwege de eigen morele voortreffelijkheid.

Maar daarover een andere keer - hier ging het me alleen over het registreren van een menselijk-al-te-menselijke eigenaardigheid van publieke meningen, die véél vaker vals dan echt zijn, en véél vaker op beoogd effect zijn berekend dan op waarheid of waarschijnlijkheid.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail