Nederlog        

 

19 februari 2006

                                                                 

De zeer nabije Amsterdamse politieke wonderen

 

 

Ik heb geheel nooit gestemd sinds het niet meer hoefde, in 1971 of 1972, en ben nooit verlegen geweest mijn redenen te geven: Mij staan zowel het niveau van de te kiezen als van de kiezende personen tegen. Ik heb geen zin mijn "keus" te moeten maken uit deze of gene beroepsleugenaar, oplichter, of waandenker die zich opwerpt als politiek voorman (waarvan ik er bovendien velen al van een generatie geleden aan de UvA ken, toen ze ook al logen en intrigeerde om baantjes, sinds wanneer ze daar heel succesvol mee doorgegaan zijn) en ik heb ook geen zin mijne ene stem mee te doen tellen in een natie waar die stem van mij weggewogen wordt door die van tienduizenden voetbal-fanate "Aan het gas"-roepers in stadions, en mijn stem even veel waard zou zijn als die van om het even welke Tokkie, a-sociaal, randdebiel, of junk.

Ja, lezer, het is een héél ongebruikelijk standpunt, in Onze Democratische Rechtsstaat, en een standpunt dat vrijwel zeker "élitair" is in uw ogen, dat u waarschijnlijk in dit soort contexten Politiek Correct o zo vreselijk schandelijk voorkomt, al bent u zelf minstens zo élitair als ik wanneer het op het kiezen van een arts aankomt, want dan geeft u uw stem ook niet aan een randdebiel, of iemand met malle praatjes, of evident loze beloftes, en wilt u wel degelijk weten hoe gekwalificeerd de man of vrouw is van wie u uw gezondheid afhankelijk gaat maken.

Maar goed, ik ken ook een heuse professor aan de UvA, een bijzonder links, progressief, maatschappelijk bevlogen persoon ook, naar eigen dunk tenminste, die mij herhaaldelijk toegevoegd heeft dat "jij mag niet meepraten, want wie niet stemt mag niet meepraten", en ik weet dus hoe ook de wat meer begaafden denken over vrijheid van mening en vrijheid van stemrecht, en hoe vanzelfsprekend ook professoren van de UvA hun totalitaire inborst verwarren met een democratische idem.

Voor dergelijke politiek gedreven lieden zijn er binnenkort weer gemeenteraadsverkiezingen, en reeds nu vloeit mijn brievenbus over van tientallen beloftes van een zeer nabijzijnd Utopia in Amsterdam, want, lezer, "ik ben, helaas, Amsterdammer" - zie idee 126 en, vooral, 308 dat als volgt aanvangt:

Ik heb veel landen bezocht, en beyverde my overal achttegeven op de publieke zaak. Welnu, ik verklaar nergens zulke totale absentie van plichtsbesef, nergens zoo'n walgelyke onbekwaamheid te hebben aangetroffen als by 't bestuur der stad Amsterdam.

En verdomd - als het toen niet waar was dan is het dat nu wel, in dit stedelijke paradijs van de Nederlandse drugshandel, beschermd, bewaakt, geprotegeerd en "gedoogd" door alles wat burgemeester of wethouder is te Amsterdam sinds dekaden, alles dat Amsterdams gemeenteraadslid is, en alles dat ambtenaart in Amsterdam.

Multatuli vervolgde het zojuist geciteerde met

Amsterdammers, ziet ge dat niet? Reist eens wat, merkt eens wat op, en als ge terugkeert, gaat naar 't stadhuis en gooit... neen, gooit niets. Maar eilieve, kiest anders.

Het uit het raam gooien van de leugenaars en parasieten heeft geen zin omdat er toch niets beters voor te vinden is. Het kiezen heeft geen zin om precies dezelfde reden.

Ik heb trouwens een opmerking bij het idee 308 met een treffend citaat van Jung Chang, de schrijfster van Wild Swans, die, net als ik, een leven had met veel ellende:

It was from this time that I developed my way of judiging the Chinese by dividing them into two kinds: one humane, and one not. (p. 454)

Hier is mijn eigen tekst uit 2001 bij dat citaat:

Voor mij geldt iets soortgelijks, over Nederlanders, op basis van mijn ervaringen in Amsterdam, beschreven in "ME in Amsterdam". Sinds ik 3 1/2 jaar geterroriseerd ben geweest door inpandig bij mij met B&W-vergunning gevestigde, "gedoogde" en geprotegeerde harddrugshandelaren waar iedere door mij aangesproken gemeente-ambtenaar en -bestuurder beweerde geen persoonlijke verantwoordelijkheid en geen persoonlijke aansprakelijkheid te dragen geloof ik zowel in het bestaan van beestmensen als heb ik een helder inzicht in de menselijke achtergronden achter Auschwitz e.d.: het karakterloze conformisme van de grote meute dat teruggaat op hersenloosheid en de karakterloze schijnheiligheid van de grote meerderheid van politieke leiders, die zichzelf vrijwel altijd recruteren uit díe groep van schoften en leugenaars die het aan persoonlijke moed ontbreekt om misdadiger te worden en aan hersens om zelf wat voor te stellen in wetenschap of kunst.

Wie dit afkeurt geve waarachtig inzicht in z'n eigen menselijkheid! Zie 74, 136 en 276. Ook Milgram en Kohlberg verdienen aandachtige studie in dit verband.

U hoeft me niet te geloven, lezer. Welbeschouwd is het ook wel zo prettig om je neer te leggen bij de stupiditeit en immoraliteit die je omgeeft. Maar ja - je moet daar wel de nodige talenten voor missen, en ik ben niet zo gezegend, helaas.

 

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail