Nederlog        

 

18 februari 2006

                                                                 

Professor-emeritus J.A.A. van Doorn weet het beter

 

 

Professor-emeritus J.A.A. van Doorn is een gepensioneerd socioloog en mag in de NRC van 18 februari de sociologisch ongevormde medemens uitleggen "waarom niet alles gezegd mag worden", volgens de kop van het artikel.

Wat hij feitelijk wil is een beperking van het recht op vrije meningsuiting, omdat het gebruik dat van dit recht gemaakt wordt sommige fanate gelovigen geheel niet bevalt, en Van Doorn himself ook al niet.

Het emeritale professorale proza munt echter niet uit in helderheid. Het opent bijvoorbeeld met

"Het Westen, dat zich graag superieur opstelt (..) gedraagt zich in het debat over de Deense spotprenten immoreel"

- alsof "Het Westen" een denkend, voelend, handelend en moreel aansprakelijk menselijk individu zou zijn, en niet een abstractie zonder gevoel of moraal. Sociologen-proza! Gepersonificeerde abstracties! Gruwel!

Maar goed ... als ik het sociologisch geschoolde artikel goed gelezen heb, dan heeft het professorale sociologen-brein twee stappen nodig voor zijn voornaamste konklusie.

Stap 1. Premisse. De argumenten

"die al jarenlang tegen de moslimwereld worden aangevoerd"

lijden aan allerlei tekorten, die de professor-emeritus allemaal met schuingezette trefwoorden karakteriseert. Ze lijden aan:

     willekeur
     provocatie
     paternalisme
     koppigheid
     bagatellisering

Het laatste woord is mijn samenvatting, maar de professor-emeritus zou het woord zeker gebruikt hebben voor wat hij bedoelde, als het hem te binnen was geschoten.

Van Doorn schrijft deze feilen toe aan Wilders, Hirsi Ali, Ellian, De Winter en Etty - en ik geef toe dat dit geen van allen mijn favorieten of medestanders zijn, en dat ik meen dat genoemden gewoonlijk onzin schrijven of carrière maken, en meestal beide, en het eerste gebruiken voor het tweede.

Stap 2. Conclusie 1. Nu sla ik wat nogal vaag en irrelevant proza over, om tot een eerste professorale conclusie te komen:

"Onze conclusie is dan ook dat het beroep op vrijheid van meningsuiting in deze gevallen louter een voorwendsel is, een doorzichtige maar ontoereikende rechtvaardiging van de ware bedoeling: de andere partij zoveel mogelijk te beledigen en vernederen. Het Westen, dat zich graag als superieur van de 'achterlijke' islamitische cultuur wenst te onderscheiden, maakt zich hier schuldig aan verwijtbaar immoreel gedrag dat op geen enkele manier valt goed te praten."

De hoogbegaafde lezer moet hier maar denken: Sociologie is géén moeilijke studie, en heel wat échte wetenschappers betwijfelen zelfs of het wel een wetenschap is.

Andere lezers zal ik het uitleggen, zonder op diverse andere fouten in te gaan:

Wat de professor-emeritus vergeet (oud? geëmotioneerd?) is dat er een principieel verschil is tussen argumenten, ongeloof, gebrek aan instemming, kritiek, satire, spot en - wat mij betreft - willekeur, provocatie, paternalisme, koppigheid en bagatellisering, allemaal aan de ene kant, en allemaal ongeacht hun niveau, geldigheid, beleefdheid, of onvriendelijkheid, en bedreiging met de dood en geweld aan de andere kant.

Kortom: Hetzelfde verschil als waarvan sprake was toen Rushdie een fatwah aangezegd kreeg door - professoraal sociologen-proza, lezer! - "de moslimwereld" c.q. groepen of individuen daaruit.

Het verschil is kennelijk moeilijk te vatten voor een sociologisch geschoold brein, maar het is desondanks al héél lang deel van de Nederlandse en Deense wet: Kritiek, satire, spot, hoon en sarcasme mogen; bedreigingen met moord en geweld mogen niet.

Daarbij: Ikzelf houd helemaal niet van Ali, Ellian, Etty of Wilders maar zijn hun argumenten en woorden "louter een voorwendsel"? Is het alleen hun "ware bedoeling: de andere partij zoveel mogelijk te beledigen en vernederen"?

Mij dunkt van niet. En als het dan tòch waar zou zijn dan is er nog steeds een principieel verschil tussen - wat gevoeld wordt als - belediging of vernedering, en bedreiging met moord en geweld.

Misschien moet je in de sociologie geprofessord hebben om dat verschil, dat toch redelijk duidelijk is - zo duidelijk als tussen: "professor, je bent een domme windbuil of anders seniel" en "professor, als je nog een keer zoiets schrijft hakken mijn vrienden en ik je kop eraf" - niet te vatten?

Stap 3. Eindconclusie. Professor-emeritus Van Doorn meent het ongetwijfeld goed. Zijn eindconclusie is deze:

"Verdere escalatie is alleen te voorkomen, indien we er slagen de massa van gematigden aan beide zijden van de kloof te winnen voor een politiek van de-escalatie.
Dat zal alleen kunnen lukken als we de gevoeligheden van de gematigden ontzien en de fanaten in beide kampen naar vermogen in de tang nemen. De huidige relativistische moraal van 'alles' mag gezegd worden zal daaraan moeten opgeofferd. Gezien de zaak die op het spel staat, geen groot verlies."

Ik ben ook een voorstander van de-escalatie. Ook ben ikzelf  voorbeeldig gematigd en beleefd tegen een meerderheid die me gaat stenigen of de kop afhakken als ik iets zeg dat hun niet bevalt. En voor mij hoeft geen mens altijd en overal het meest beledigende en kwetsende te zeggen of schrijven over de meningen of praktijken of waarden van anderen die hij zelf sterk afkeurt of veracht. (Zo ben ikzelf een atheïst die zich makkelijk beledigd, gekwetst of bedreigd mag voelen door de intellectuele en morele aanmatiging van gelovigen van allerlei soort. Maar dit terzijde.)

Het is te vrezen dat je sociologie gestudeerd moet hebben om te konkluderen dat - wat laat, maar goed - "Gezien de zaak die op het spel staat", namelijk de gekwetste en beledigde gevoelens van religieus gelovigen, het een kwalijke schande is dat Rushdie z'n "Satanische Verzen" heeft geschreven en gepubliceerd.

We gooien de vrijheid van meningsuiting gewoon weg - "geen groot verlies" immers, volgens Van Doorn - zodra er lynch-mob is die daar een hekel aan heeft, last van heeft, of op hoge toon beweert door beledigd te worden. Da's waarachtige morele politiek van "gematigden" als sociologie-professor-emeritus Van Doorn!

Hoe zei Van Randwijk het ook alweer? O ja:

een volk dat voor tirannen zwicht
                        zal meer dan lijf en goed verliezen
           dan dooft het licht….
  

Maar volgens professor-emeritus Van Doorn is zijn voorstel de vrijheid van meningsuiting af te schaffen omdat dit een massa ongeschoolde fanatieke gelovigen die dreigen met moord en geweld als ze hun zin niet krijgen ongetwijfeld zeer "gematigd", "redelijk" en "verstandig".

Ikzelf zou eerder spreken van "ruggegraatsloos", "capitulatie" en "laf" maar ja: Ik heb dan ook geen sociologie gestudeerd, en geen daarbij passend intellect of moraal.

Of zouden bij Van Doorn de jaren gaan tellen?

Hoe het zij: Ikzelf ben geen voorstander van vrije meningsuiting omdat ik geloof dat daar altijd of overwegend een redelijk of verstandig gebruik van zal worden gebruikt, want dat geloof ik in het geheel niet, maar vooral omdat ik een tegenstander van censuur ben.

Niemand heeft het recht een ander de mond te snoeren omdat z'n meningen hem niet bevallen. En geen enkele mening staat boven rationele kritiek. Of spot. Of satire. Of sarcasme. Ieder idee mag betwijfeld worden. Ieder ideaal mag afgewezen worden.

Niet alles mag gedáán worden. Maar alles mag gezegd worden. Alles mag tegengesproken worden. Het is tegenspraak die ons verder brengt, niet terreur. Iedereen moet vrij zijn om te zeggen wat hij denkt, en ieder ander moet vrij zijn het daar niet mee eens te zijn.

 

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail