Nederlog        

 

9 februari 2006

                                                                 

"Gevaarlijke ideen - 3"

 

 

Meer zogeheten "gevaarlijke ideen" aangedragen op de website The Edge. De ideen die ik behandel staan allemaal in n bestand op de site van The Edge. Deze keer is dat http://www.edge.org/q2006/q06_3.html.


Hier zijn mijn selecties met interne links uit dit derde bestand van een reeks van twaalf:

3.1. Provine - Het aards bestaan is alles wat er is
3.2. Pinker - Er zijn verschillen in talenten tussen groepen
3.3. Rucker - Panpsychisme: alles is bezield
3.4. Pepperberg - Alleen kwantitatieve verschillen tussen mens en dier
3.5. Csikszentmyhalyi - De vrije markt

3.1. Provine - Het aards bestaan is alles wat er is

Robert Provine is een psycholoog en neurowetenschapper aan de University of Maryland. Zijn gevaarlijke idee is oud maar interessant: atheisme.

The empirically testable idea that the here and now is all there is and that life begins at birth and ends at death is so dangerous that it has cost the lives of millions and threatens the future of civilization. The danger comes not from the idea itself, but from its opponents, those religious leaders and followers who ruthlessly advocate and defend their empirically improbable afterlife and man-in-the-sky cosmological perspectives.

(..) What better theological franchise is there than the promise of everlasting life, with deluxe trimmings? Religious followers must invest now with their blood and sweat, with their big payoff not due until the after-life. Postmortal rewards cost theologians nothing--I'll match your heavenly choir and raise you 72 virgins.
(..)
Resolution of religious conflict is impossible because there is no empirical test of the ghostly, and many theologians prey, intentionally or not, upon the fears, superstitions, irrationality, and herd tendencies that are our species' neurobehavioral endowment. Religious fundamentalism inflames conflict and prevents solutionthe more extreme and irrational one's position, the stronger one's faith, and, when possessing absolute truth, compromise is not an option.

Ik ben het er mee eens, en inderdaad zijn er ook vele eeuwen van strijd, met miljoenen moordpartijen, tussen gelovigen van allerlei soort, en tussen gelovigen en niet-gelovigen.

Merk eerst op, lezer, dat er een fundamenteel verschil is tussen gelovigen en niet-gelovigen, naast een fundamentele overeenkomst. De overeenkomst is dat allen het wel min of meer eens zijn dat ieder mens leeft als onderdeel van de natuur waar iedereen deel van is. Het verschil is dat de gelovigen aannemen dat er daarnaast - daarboven, daarachter, erna - ng een werkelijkheid is, minstens zo ingewikkeld als de gehele natuurlijke werkelijkheid, en dat de ongelovigen die aaname niet maken (of eventueel, indien ze de mogelijkheid open willen houden, dat wel doen maar alle claims van stellige kennis over die hemelse werkelijkheid te bereiken na de dood afwijzen).

Tot nu toe zijn er altijd en overal meer gelovigen dan ongelovigen geweest, en de voornaamste redenen zijn de voordelen die illusies en wensdenkerij nu eenmaal evident bieden, voor de gelover erin: N dit leven zal je beloond worden; n dit leven zal je eeuwig voortleven, in eeuwigdurend geluk; en voor wie daar vreugde aan beleefd: n dit leven zal je je tegenstanders, als beloning, eeuwig zien branden. ("That the saints may enjoy their beatitude and the grace of God more abundantly they are permitted to see the punishment of the damned in hell." (St. Thomas Aquino, Summa Theologica))

Provine werpt twee voorstellen op om de plaats in te nemen van religies: Gezondheid voor iedereen, en onderzoek van de ruimte. Daar valt veel voor te zeggen als plannen, maar ik geloof niet dat het de religies zal doen verdwijnen.

Wat daarvoor nodig is zijn - minstens - twee andere dingen: Een verhoging van de gemiddelde menselijke intelligentie, die mogelijk wordt met meer kennis van hoe het brein werkt en en welke genen daarvoor verantwoordelijk zijn, en het niet geven van religieus onderwijs aan niet-volwassenen, op basis van de overweging dat je geen waarschijnlijke illusies mag onderwijzen als waarheden aan kinderen die daar geen rationeel verweer tegen hebben.

3.2. Pinker - Er zijn verschillen in talenten tussen groepen

Steven Pinker is een psycholoog verbonden aan de Harvard University. Zijn gevaarlijke idee gaat over genetische verschillen tussen groepen mensen:

The year 2005 saw several public appearances of what will I predict will become the dangerous idea of the next decade: that groups of people may differ genetically in their average talents and temperaments.

  • In January, Harvard president Larry Summers caused a firestorm when he cited research showing that women and men have non-identical statistical distributions of cognitive abilities and life priorities.  
  • In March, developmental biologist Armand Leroi published an op-ed in the New York Times rebutting the conventional wisdom that race does not exist. (..)
  • In June, the Times reported a forthcoming study by physicist Greg Cochran, anthropologist Jason Hardy, and population geneticist Henry Harpending proposing that Ashkenazi Jews have been biologically selected for high intelligence, and that their well-documented genetic diseases are a by-product of this evolutionary history.
  • In September, political scientist Charles Murray published an article in Commentary reiterating his argument from The Bell Curve that average racial differences in intelligence are intractable and partly genetic.

Whether or not these hypotheses hold up (the evidence for gender differences is reasonably good, for ethnic and racial differences much less so), they are widely perceived to be dangerous.

De reden dat dit een gevaarlijk idee is is vooral dat er, in alle groepen en rassen mensen, meer domme en nauwelijks intelligente individuen zijn dan intelligente.

Voor intelligente mensen is de oplossing van het probleem evident: Ieder menselijk individu is uniek, en er valt zo ongeveer niets van individuele betekens af te leiden over individu X - niet: intelligentie; niet: integriteit; niet: moed; niet: talent voor sport, muziek, wiskunde of wat dan ook - op basis van de kennis dat individu X een lid is van ras Y of religieuze of ethnische groep Z met duizenden, miljoenen of miljarden leden.

En overigens is er ook het punt dat de gebruikelijke maat voor intelligentie, de IQ-test, weliswaar een redelijk goede voorspeller is van school-succes, maar geen redelijk goede maat of samenvatting van iemand's intelligentie - die veel meer van doen heeft met een berglandschap met allerlei toppen en dalen, dan met een enkel maatgetal, dat - zeg - de gemiddelde hoogte van de bergen aangeeft.

3.3. Rucker - Panpsychisme: alles is bezield

Rucker is een wiskundige en een publicist. Zijn "gevaarlijke idee" is ook al heel oud:

Panpsychism. Each object has a mind. Stars, hills, chairs, rocks, scraps of paper, flakes of skin, molecules each of them possesses the same inner glow as a human, each of them has singular inner experiences and sensations.
(...)
Note that panpsychism needn't say that universe is just one mind. We can also say that each object has an individual mind. One way to visualize the distinction between the many minds and the one mind is to think of the world as a stained glass window with light shining through each pane. The world's physical structures break the undivided cosmic mind into a myriad of small minds, one in each object.

The minds of panpsychism can exist at various levels. As well as having its own individuality, a person's mind would also be, for instance, a hive mind based upon the minds of the body's cells and the minds of the body's elementary particles.

De reden dat Rucker's idee heel oud is is dat het kennelijk n van de eerste menselijke hypothesen over de dingen in de hen omringende wereld was, en dat het als hypothese zowel een projectie van het alleen individueel beleefde eigen zelfbewustzijn is op andere dingen en medemensen, en dat het laatste, namelijk de aanname dat andere mensen, net als jijzelf, gevoelens en ideen hebben, niet ontkoombaar is bij de opvoeding in enige menselijke samenleving. Het is een minimale fundamentele metafysische hypothese.

Overigens is de hypothese van panpsychisme enigermate populair (geweest) onder filosofen, waaronder Leibniz, omdat het althans in principe een oplossing geeft voor het probleem van qualia: Als mensen dan hypothesen van hun eigen breinen zijn, en als die breinen bestaan uit moleculen en atomen en velden, waar zijn dan tussen of in al die atomen, moleculen en velden zaken als gevoel, interesse, doel, plan, wens? Immers: atomen en moleculen hebben gn van die zaken, maar alleen een lading, een plaats, een gewicht, een volume, een snelheid, een richting, een structuur en dergelijke. (Zie Leibniz's Monadologie + mijn commentaar voor een korte, krachtige fundamentele uiteenzetting van Leibniz' panpsychisme.)

Ik wil de lezer niet in metafysische verwarringen en twijfels laten: Ikzelf geloof niet in panpsychisme, en heb de redenen voor mijn ongeloof uiteengezet in mijn commentaren op Leibniz, die dat wel deed. En n voor de hand liggende reden is dat ervaringen het product lijken te zijn van levende hersens, al is het nog overwegend onbekend hoe hersens ervaringen produceren - en daar ligt de voornaamste kracht van de panpsychische hypothese: onvoldoende kennis van hoe het brein zichzelf, het lichaam waar het deel van is, de omgeving waarin het zich bevindt, en z'n eigen staten en noden representeert.

3.4. Pepperberg - Alleen kwantitatieve verschillen tussen mens en dier

Irene Pepperberg is de vrouw die haar papegaai leerde converseren met evident eigen begrip van wat het dier zei. Haar "gevaarlijke idee" hangt daarmee samen en is dit:

I believe that the differences between humans and nonhumans are quantitative, not qualitative.

Het probleem is natuurlijk vooral: Wat betekenen "kwantitatief" en "kwalitatief" hier? Sommige mensen hebben een IQ van 150 en andere van 50. Het zijn allebei mensen, en ze hebben allebei gevoelens en verstand, en ze zijn allebei betrekkelijk zeldzaam, maar de eersten zijn in staat tot het hebben van veel meer en veel zinniger ideen dan de tweeden.

In algemene zin valt er echter wel wat voor Pepperberg's stelling te vinden, althans in de volgende zwakkere vorm: Mensen zijn dieren.

Dat lijkt mij juist - maar het lijkt me ook juist, en overwegend in tegenspraak met Pepperberg's stelling, dat mensen dieren zijn met voor dieren zeer ongebruikelijke vermogens.

3.5. Csikszentmyhalyi - De vrije markt

Mihalyi Csikszentmyhalyi is een psycholoog verbonden aan de Claremont Graduate University.

One of the most dangerous ideas at large in the current culture is that the "free market" is the ultimate arbiter of political decisions, and that there is an "invisible hand" that will direct us to the most desirable future provided the free market is allowed to actualize itself. This mystical faith is based on some reasonable empirical foundations, but when embraced as a final solution to the ills of humankind, it risks destroying both the material resources, and the cultural achievements that our species has so painstakingly developed.

Hier heeft Csikszentmyhalyi groot gelijk: Het "vrije-markt-denken" is een populaire ideologie zonder behoorlijke grondslag van evidentie, die veel kwaad kan doen indien gebruikt als richtsnoer voor politieke en ambtelijke plannenmakerij en wetgeving.

Er is ook wel wat vr te zeggen, maar het is jammer dat Csikszentmyhalyi niet de fundamentele reden geeft waarom zoveel vrije-markt-denken-en-propaganda onzin is: Er zijn helemaal geen vrije markten zonder bescherming van staten en internationale organisaties, zoals er geen markten in een stad met een effectieve politie zijn als de politie ze verbiedt.

Het ongehinderde verkeer van goederen en diensten, dat de kern vormt van het vrije-markt-denken, en dat zoveel goed zou doen als het maar ongehinderd z'n gezegende werk zou kunnen doen, bestaat alleen maar omdat allerlei staats-organen, internationale instituties en wetgeving, en politieke machten en legers blijven bestendigen dat dit verkeer van goederen en diensten ongehinderd blijft.

Kortom: De grote illusie van de vrije-markt-denkers is dat er een vrije markt is of kan zijn zonder dat deze gehandhaafd, in stand gehouden, beschermd en ingericht wordt door nationale en internationale wetgeving en wethandhaving. Maar dan is de markt helemaal niet vrij, in beginsel, maar onderworpen aan en een creatuur van wetgeving. (Zie verder: Liberalism)

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail