Nederlog        

 

8 februari 2006

                                                                 

"Gevaarlijke ideeën - 1"

 

 

Ik had mij voorgenomen een stel zogeheten "gevaarlijke ideeën" aangedragen op de website The Edge kort te recenseren en becommentariëren, en zal dat doen in de volgorde zoals ze op genoemde website verschijnen, en per bestand. Dit maakt het allemaal een beetje ongeordend, maar dat heeft ook voordelen - en het principe van ordening dat ik hanteer is helder: De ideeën die ik behandel staan allemaal in één bestand op de site van The Edge. Deze keer is dat http://www.edge.org/q2006/q06_index.html, dat tegelijk de openingspagina is van het project van "The Edge Annual Question - 2006".


Hier zijn mijn selecties met interne links uit dit eerste bestand van een reeks van twaalf:

1.1. Seligman - Relativisme
1.2. Gottman - Emotionele intelligentie
1.3. O'Donnell - Het verdwijnen van de staat
1.4. Paulos - Het niet bestaan van het zelf

NB: Wie deze interviews op http://www.edge.org/q2006/q06_index.html wil vinden moet doorbladeren tot het eind, want er staat eerst een lange reeks samenvatting van kranten-commentaar op The Edge.

1.1. Seligman - Relativisme

Martin Seligman, een psycholoog aan de University of Pennsylvania, werpt de vraag op

In looking back over the scientific and artistic breakthroughs in the 20th century, there is a view that the great minds relativized the absolute. Did this go too far? Has relativism gotten to a point that it is dangerous to the scientific enterprise and to human well being?

Dit is een terechte vraag en mijn eigen antwoord erop - zie Relativism in het Philosophical Dictionary is "ja". Mijn reden is dat er zoiets is als waarheid, omdat er zoiets is als een onafhankelijk bestaande werkelijkheid (zie: Natural Realism, Scientific Realism): Onze ideeën, hoe relatief, betrekkelijk en onvolledig ook zijn waar in de mate dat ze overeenkomen met hoe het in werkelijkheid toegaat.

Het stuk van Seligman is de moeite waard omdat hij een stel voorbeelden geeft, waarvan ik de eerste zes selecteer

• In philosophy of science, there is ongoing tension between the Kuhnians (science is about "paradigms," the fashions of the current discipline) and the realists (science is about finding the truth).

• In epistemology there is the dispute between the Tarskian correspondence theorists ("p" is true if p) versus two relativistic camps, the coherence theorists ("p" is true to the extent it coheres with what you already believe is true) and the pragmatic theory of truth ("p" is true if it gets you where you want to go).

• At the ethics/science interface, there is the fact/value dispute: that science must and should incorporate the values of the culture in which it arises versus the contention that science is and should be value free.

• In mathematics, Gödel's incompleteness proof was widely interpreted as showing that mathematics is relative; but Gödel, a Platonist, intended the proof to support the view that there are statements that could not be proved within the system that are true nevertheless. Einstein, similarly, believed that the theory of relativity was misconstrued in just the same way by the "man is the measure of all things" relativists.

• In the sociology of high accomplishment, Charles Murray (Human Accomplishment) documents that the highest accomplishments occur in cultures that believe in absolute truth, beauty, and goodness. The accomplishments, he contends, of cultures that do not believe in absolute beauty tend to be ugly, that do not belief in absolute goodness tend to be immoral, and that do not believe in absolute truth tend to be false.

• In anthropology, pre-Boasians believed that cultures were hierarchically ordered into savage, barbarian, and civilized, whereas much of modern anthropology holds that all social forms are equal. This is the intellectual basis of the sweeping cultural relativism that dominates the humanities in academia.

Het probleem met relativisme schuilt vooral in de laatste vorm: Dat er geen werkelijke verschillen zouden zijn tussen hoge en lage culturen, uiteindelijk omdat kennis en waarheid illusies zouden zijn. Ikzelf meen dat dit een gevaarlijke illusie is, en dat het relevante verschil tussen rationeel, redelijk en  wetenschappelijk zit in ... relativering aan empirische en logische evidentie.

Er zijn ware theorieën en waarschijnlijke theorieën, altijd temidden van een veel grotere hoeveelheid onware of onwaarschijnlijke theorieën. En één waarschijnlijk ware gissing over relativisten over waarheid en moraal is dat ze verhulde totalitaire denkers zijn (het verband is is dit: Als alles dan relatief is en er geen waarheid is dan is er ook geen onwaarheid en kunnen de meest gruwelijke waansystemen niet rationeel weerlegd of tegengesproken worden - vandaar dat aanhangers van waansystemen graag relativist mogen zijn) of heel dom of heel slimme carrièremakers die "If in Rome, do as the Romans" kunnen spelen voor geld en status tot het niveau van "If with cannibals, do as cannibals do".

1.2. Gottman - Emotionele intelligentie

John Gottman is ook een psycholoog, met een naar zichzelf vernoemd instituut, een schipperspet, een witte baard, een brede grijns en zijn gevaarlijke idee is

The most dangerous idea I know of is emotional intelligence. (..) The over-arching idea that there is such a thing as emotional intelligence, that it has a neuroscience, that it is inter-personal, i.e., between two brains, rather than within one brain, are all quite revolutionary concepts about human psychology

Ik ben bang dat het heel populaire onzin is.

In de eerste plaats lijkt het nogal een oxymoron, en zijn vooral mensen met een laag IQ geïnteresseerd in hun eigen altijd hoge EQ. Het hele begrip "emotionele intelligentie" is niet alleen nauwelijks te onderscheiden van een oxymoron, maar ook het soort kreet dat het goed doet onder intellectueel minder begaafden.

In de tweede plaats is er nauwelijks evidentie voor, en is het meeste over het brein nog steeds onbekend - de kennis van het menselijk brein is als de cartografische kennis van de Middeleeuwen: We weten iets, maar het meeste niet, en wat we weten is ingebed in foute vooronderstellingen.

Dit is dus wel een "gevaarlijk idee", maar dan vooral omdat het subsidies voor zinniger wetenschappelijk onderzoek zal kosten vanwege de populariteit van begrippen en termen als "emotionele intelligentie" onder de merderheid der intellectueel minder begaafden.

1.3. O'Donnell - Het verdwijnen van de staat

James O'Donnell is een classicus verbonden aan de Georgetown University. Zijn "gevaarlijke idee" is in zijn woorden

Marx was right: the "state" will evaporate and cease to have useful meaning as a form of human organization

en zijn redenen zijn

So what advantage is there today to the nation state? Boundaries between states enshrine and exacerbate inequalities and prevent the free movement of peoples. Large and prosperous state and state-related organizations and locations attract the envy and hostility of others and are sitting duck targets for terrorist action. Technologies of communication and transportation now make geographically-defined communities increasingly irrelevant and provide the new elites and new entrepreneurs with ample opportunity to stand outside them. Economies construct themselves in spite of state management and money flees taxation as relentlessly as water follows gravity.

Maar dit lijken me allebei misvattingen.

In de eerste plaats: Het afsterven van de staat zoals Marx dat meende vergt eerst een socialistische en communistische revolutie; dan een overgangsfase; dan het afsterven van de klassen-maatschappij; en pas dan het afsterven van de staat, en is dus in ieder geval onderdeel van de marxistische eschatologie.

In de tweede plaats: Het bestaan van de staat heeft héél weinig met doelmatigheid van doen, en heel veel met het streven naar macht van individuen en groepen, zowel in als buiten de staat, want één van de belangrijke functie van de staat is het beschermen van burgers tegen elkaars egoïsme door het handhaven van de wet en de burgerlijke vrede.

Zolang mensen ongeveer zo zijn als ze de laatste 25 eeuwen, in ieder geval, in meerderheid geweest zijn, zal voor het bestuur van grote territoria iets als een staat nodig zijn, eenvoudig om het territorium vreedzaam en bijelkaar te houden, en de wet te handhaven.

Wat wèl zo is is dat het wenselijk is dat vorm waarin de staat bestuurd wordt en het personeel ervan gerecruteerd wordt snel en grondig veranderd worden, indien mogelijk.

Maar O'Donnell bespreekt dit soort ideeën helaas niet. Ik wel, namelijk in The Bureaucracy Plan en The Democracy Plan in het Philosophical Dictionary.

1.4. Paulos - Het niet bestaan van het zelf

John Allan Paulos is een wiskundige verbonden aan de Temple University. Zijn "gevaarlijke idee" is oud maar interessant:

Doubt that a supernatural being exists is banal, but the more radical doubt that we exist, at least as anything more than nominal, marginally integrated entities having convenient labels like "Myrtle" and "Oscar," is my candidate for Dangerous Idea. This is, of course, Hume's idea — and Buddha's as well — that the self is an ever-changing collection of beliefs, perceptions, and attitudes, that it is not an essential and persistent entity, but rather a conceptual chimera.

Zoals Paulos stelt gaat het idee - minstens - terug tot Boeddha, die onderwees dat hetzelf een illusie was, en is, onafhankelijk daarvan, nogal wat keren herontdekt o.a. door Hume. Ikzelf deed het ook, op mijn twintigste, toen ik grondig kwam te peinzen over Descartes' "cogito ergo sum" en uiteindelijk konkludeerde, om eens een rijmpje van mijzelf te citeren uit 1970

My me
Is someone I never see
It hides itself in the dream
I dream
Of me

Het onderliggend probleem is natuurlijk dat het zelf dat iedereen meent te hebben een theoretische constructie van z'n fysieke brein is om z'n lichaam en z'n herinneringen te coördineren, en dat ieder's zelf voor een aanzienlijk deel uit illusie en speculatie en wensdenkerij bestaat.

Maar dat betekent niet dat het niet bestaat, en ook een slechte, onvolledige en misleidende kaart van iets is een representatie ervan die heel zinnig en behulpzaam kan zijn ondanks, of misschien zelfs: dankzij, de onvolkomenheden en weglatingen erin. (Want: Eén van de deugden van een kaart is dat niet alles erop staat, maar alleen wat bruikbaar is voor één of een paar doelen.)

Overigens, voor wie dit thema interesseert: Hume's tekst is op deze site te vinden met mijn commentaar, en die van Descartes ook, terwijl het aardig is te weten dan een deel van de intellectueel scherpzinnigste discussie over de (non-)realiteit van het zelf gevoerd is tussen Indische Boeddhistische (geen non-illusionair zelf) en Hindoeïstische (wel non-illusionair zelf) logici. Zie bijv. Karl Potter Ed. "The Encyclopedia of Indian Philosophies - vol. II Nyaya-Vaisesika." Dit gaat vooral om debatten gevoerd tussen 800 en 1200 in de christelijke tijdrekening, maar die blijken verbluffend scherpzinnig en diepgaand, voor wie de moeite neemt het na te lezen.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail