Nederlog        

 

6 februari 2006

                                                                 

Het raadsel van de Nederlandse literatuur

 

 

Eerlijk gezegd weet ik niet bijzonder veel van de Nederlandse literatuur, want ik heb me er nooit systematisch mee bezig gehouden. En zodra ik behoorlijk Engels sprak en las (ik heb er geleefd en met Engelstalige vrouwen samengewoond, dat ook een verschil maakt) vond ik snel uit dat de Engelse literatuur interessanter en beter is, om welke reden ik er aanzienlijk meer van weet dan de Nederlandse.

In feite gaat het raadsel in de titel daarover. Een lezer zond mij een interview toe met W.F. Hermans over Multatuli, waarvan ik voor de verandering eens veel weet, en alles van en veel over gelezen heb, juist omdat de man me een zoveel groter schrijver voorkomt dan wat er overigens in Nederland aan schrijvers te vinden is en was.

Ik citeer uit dat interview een relevante passage die gaat over de vraag die mij klemt. Het interview is afgenomen en neergeschreven door Olf Praamstra en te vinden in "Over Multatuli 35" van oktober 1995. Ik voeg de initialen in voor de duidelijkheid:

OP: Is het echt zo slecht gesteld met de Nederlandse literatuur of steekt Multatuli er zo ver bovenuit?

WFH: Allebei, want al is Multatuli buitengewoon goed, dat betekent nog niet, dat er niet vier of vijf andere buitengewoon goede schrijvers hadden kunnen zijn. En die zijn er niet.

OP: Hoe komt dat?


WFH: Ik weet het niet.

En dat is het raadsel van de Nederlandse literatuur: Vanwaar het ontbreken van grote Nederlandse schrijvers, altijd afgezien van Multatuli?

Ik zal het zometeen wat scherper formuleren, maar het heeft niet zoveel zin om te protesteren, want er is een behoorlijk objectief oordeel, namelijk van niet-Nederlanders, niet bewogen door Nederlands chauvinisme of onderwijs.

Bovendien is er een interessant kontrast, dat precies even objectief is, en op dezelfde grondslag staat: Er zijn, vooral in de 16e en 17e eeuw verbazend veel eersteklas Nederlandse schilders en tekenaars.

Vrijwel geen enigermate beschaafd niet-Nederlander kan enige Nederlandse schrijver uit de 17e eeuw noemen, en heeft er geheel niets van gelezen, maar vrijwel iedere niet-Nederlander die de jaren des onderscheids heeft bereikt en iets weet van kunst en cultuur kan makkelijk vele bekende Nederlandse schilders noemen, en heeft minstens reproducties van hun werken onder ogen gehad.

Hermans komt in het interview niet erg ver met dit raadsel, en behandelt het nogal opvallende kontrast met Nederlandse schilders geheel niet, dat hij evenmin noemt. Hij verwerpt wel terecht het vaak opgevoerde calvinisme als verklaring voor de zeldzaamheid van grote Nederlandse schrijvers, en doet dat met een verwijzing naar Schotland, dat minstens zo calvinistisch was maar wel veel grote schrijvers heeft. 

Verder is er nog dit in het genoemde interview, dat vast relevant is maar nauwelijks een goede en voldoende verklaring vormt voor het raadsel:

OP: Aanstellerij, dat is dus ook de reden voor het ontbreken van een goede Nederlandse literatuur?

WFH: Ja, dat is wat Multatuli bedoelt, als hij zegt: 'Ik probeer levend Hollands te schrijven, maar ik heb schoolgegaan.' Die schoolmeesters ramden het eruit.

Als gezegd, het raadsel laat zich goed en voor het Hollands gemoed enigermate vleiend stellen als:

  • Waarom zijn er zoveel internationaal erkende grote Nederlandse schilders, maar zo weinig internationaal erkende grote Nederlandse schrijvers?

Ik ga dit hier niet proberen te beantwoorden, en vermoed dat een behoorlijk antwoord behoorlijk ingewikkeld en subtiel is. Maar ik noem een paar punten die vergelijkenderwijs ook niet veel voorstellen in Nederland of er kennelijk mee te maken hebben:

  • De Nederlandse belangstelling voor goede konversatie.
  • De Nederlandse keuken.
  • De Nederlandse voorkeur voor nivellering en conformisme.
  • De Nederlandse componisten.
  • Het Nederlandse landschap.
  • Het Nederlandse onderwijs.

Het is bijna allemaal klein, bekrompen, burgermansfatsoenlijk, braaf, "doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg", als cultuur-klimaat, als norm om mens te zijn, als voorbeeld voor de opgroeiende jeugd.

In Nederland spreekt men gewoonlijk belabberd, en is daar ook nog trots op; de traditionele keuken stelt weinig voor; iedereen wordt geacht "gelijk" of "gelijkwaardig" met iedereen te zijn of krijgt problemen; grote Nederlandse componisten zijn er ook al bijna niet; van indrukwekkende of grootse natuurlandschappen, afgezien wellicht van luchten, is er heel weinig of niets; en het onderwijs was zelden veel bijzonders en vaak middelmatig tot slecht.

En nogmaals: Het verbazende daarbij is niet alleen de met de genoemde feiten rijmende afwezigheid van internationaal erkende grote Nederlandse schrijvers, maar ook de aanwezigheid van bijzonder veel internationaal erkende grote Nederlandse schilders.

Veel in Nederland mag disponeren tot kleinheid, provincialisme, en geldverdienen, wat allemaal bijdraagt tot een geheel niet vooraanstaande nationale literatuur - maar desalniettemin zijn er zeer vele grote schilders geweest, alsof die van alle normale Nederlandse benepenheid geheel geen last hadden.

Kortom, zoals ik zei: Het is een raadsel.


P.S. 9 augustus 2007:
Ook dit raadsel heb ik althans iets weten te verhelderen, nl. door de twee observaties dat (1) het Nederonderwijs al 40 jaar gruwelijk is, en alleen goed voor laagbegaafden (als het goed is deze universitaire diplomaas te verschaffen, uiteraard, quod non) en dat (2) er in Nederland al zo'n 600 jaar geen hoogopgeleide, en vooral in taal en conversatie ge´nteresseerde hogere (adellijke) stand is. Immers, de leidende Nederlanders waren vrijwel altijd kooplieden, handelaars, of bureaucraten.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail