Nederlog        

 

2 februari 2006

                                                                 

Mohammed's (on)afbeeldbaarheid

 

 

En dan is er de vraag of de Profeet Mohammed afgebeeld zou mogen worden op manieren die fanate - zelfvermeende - volgelingen van deze man niet aanstaan.

Het begon in de Deense Jylland-Posten, en reacties van gelovige  onbeschaafden daarop, en ik heb niet zoveel zin de feiten samen te vatten. Het komt erop neer dat sommige volgelingen van Mohammed menen dat hun eigen preferentie over hoe met meningen over Mohammed om te gaan dwingend wensen op te leggen aan anderen, desnoods met bedreiging van geweld.

Hier liggen diverse principiële punten, voor een moderne rechtsstaat en een beschaafde samenleving. Ik noem er een paar, kort.

Het eerste fundamentele principiële punt is dat iedereen vrijheid van meningsuiting heeft, in een beschaafde samenleving, en behoort te hebben - om anderen tegen te spreken, belachelijk te maken, te weerleggen, het mee oneens te zijn, te bekeren van hun dwalingen, informatie te geven, te onderwijzen, van standpunt te proberen te doen wijzigen etc.

De fundamentele reden hiervoor is dat ieder mens beperkt en eindig is, heel weinig werkelijk weet, hoe intelligent en geleerd ook, en dat wat  waar of verstandig is vaak vele generaties van discussie kost om enigermate zinnig vast te stellen. En ook dan is één oordeel dat vaak zinnig is dat bepaalde zaken van geloof niet vaststaan of bij de huidige stand van wetenschap (nog) niet beslist kunnen worden.

Het tweede fundamentele principiële punt is dat een religieus geloof, ieder religieus geloof, géén recht op waarheidsaanspraken heeft buiten de kringen van de gelovigen in dat geloof, die deze illusie door anderen, die 'm niet delen, toegestaan wordt, omdat mensen een vrije wil hebben, en vrij behoren te zijn hun eigen leven naar hun eigen ideeën en waarden te leiden, voorzover dat anderen niet weerhoudt hetzelfde te doen.

De fundamentele reden hiervoor is religieus geloof (en politiek geloof trouwens ook) gewoonlijk niet redelijk of rationeel gefundeerd is, maar een kwestie van wensdenkerij is: Men gelooft wat men gelooft omdat men zo opgevoed is en niet beter weet, men gelooft wat men gelooft omdat men wènst maar niet wéét dat wat men gelooft wáár zou zijn ("God zal me belonen"), kortom men gelóóft gewoonlijk omdat men zelf niet ook maar enigermate in staat is wat men gelooft rationeel te funderen. En voor dergelijke mensen is er natuurlijk wel altijd de mogelijkheid van het beroep op geweld: Als je niet denkt en doet zoals wij je opdragen, dan vermoorden we je! Onze God is groot en jaloers, en wij zijn z'n willige uitvoerders van wat ongelovigen in hem pijnigt of grieft! You better believe it, or else!

Het derde fundamentele principiële punt is dat in een beschaafde staat kerk en staat, dus religieus geloof en politiek bestuur, gescheiden zijn o.a. omdat religieus geloof, althans volgens iedereen die niet van dat geloof is, evidente onware wensdenkerij is, in meerderheid, hoe nobel en voorbeeldig ook in onderdelen, en omdat het niet scheiden van kerk en staat vele eeuwen vervolging, terreur, marteling en verbranding hebben veroorzaakt omdat de wereldlijke macht tot uitvoerder gemaakt werd van een religieus geloof.

De fundamentele reden hiervoor is dat geloof allesbehalve rationeel gefundeerd is, en de geschiedenis heeft geleerd dat gelovigen van alle geloven zich vaak onredelijk hebben gedragen, vooral tegen wie niet van hun geloof was. Mensen behoren dus door de staat beschermd te worden tegen het geloofsfanatisme van anderen, en de staat behoort géén onderdeel te zijn van of ondergeschikt te zijn aan enige kerk of enig geloof - in het belang van iedereen, inclusief alle enigermate redelijke gelovers van enig geloof.

Voor wie de moeite wil nemen: Dit is voor de katholieke kerk al heel zinnig beargumenteerd in 1324 A.D., door Marsilius van Padua, in Defensor Pacis: De scheiding van kerk en staat, van geloof en bestuur, dient de vrede in de samenleving, en gaat geloofsvervolgingen en dictatuur namens een geloof tegen - in het belang van iedereen, ook gelovigen, afgezien van de meest fanate of gestoorde daarvan, ongeacht hun eigen geloof en, al dan niet pretense of gestoorde, Goede Bedoelingen. En de overgrote meerderheid van het kwaad in de wereld is verricht uit naam van een Goed Doel.

Zie verder hierboven: Over tolerantie en respect.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail