Nederlog        

 

2 februari 2006

                                                                 

Over tolerantie en respect

 

 

Omdat het in deze dagen kennelijk herhaling behoeft, herhaal ik mezelf maar eens over tolerantie en respect, namelijk uit een commentaar dat ik schreef - jaren her - bij Ideen 3 van Multatuli:

De zinnige en beschaafde opvatting over tolerantie en respect komt op het volgende neer:

  • Iedere mening mag in beginsel uitgesproken en bediscussieerd worden.
  • Iedereen die de meningen van anderen tolereert verdient tolerantie.
  • Geen enkele mening verdient vanzelfsprekend respect.
  • Wie respect verlangt van een ander doet dit uit gebrek aan respect voor zichzelf - én voor de ander.

En omdat de ongerijmdheden van de één de geloofswaarheden van een ander zijn en bijvoorbeeld de mening dat iedere willekeurige A géén A is het fundament van de Hegeliaanse en Marxistische dialectiek is  en de mening dat 3=1 (God is drie en toch één) een fundament van het Katholicisme is, geldt in beginsel, afgezien van wat de wet bepaalt:

U mag geloven wat u wilt. Ik mag geloven wat ik wil. Géén van ons verdient het minste respect voor wat we geloven omdat we het geloven. Maar in een dragelijke menselijke samenleving tolereren de leden elkaars meningen, hoe - schijnbaar - geschift ook, en bestendigen de vrije discussie van alle opvattingen, tenminste zolang de belijders van deze opvattingen het belijden en bediscussiëren van andere opvattingen tolereren. Er is geen andere menselijke weg tot een rationeel oordeel, en er is geen dragelijke menselijke samenleving zonder wederszijdse tolerantie van andersdenkenden.

En uiteindelijk is tolerantie van andersdenkenden gefundeerd op ieders eigenbelang: Ik wil zeggen en denken en doen wat ik wil, inclusief het maken en leren van mijn eigen fouten - en daarvoor moet ik de rust en gelegenheid hebben. Dit nu geldt voor iedereen, en de enige manieren om een dergelijk eigenbelang te handhaven zijn ofwel terreur van één standpunt over alle andere ofwel tolerantie van alle standpunten die het bestaan van elkaar en van wederszijdse vrije discussie tolereren.

Tenslotte: Uit het gestelde volgt niets van de vorm "De kiezer heeft altijd gelijk" of "De meerderheid heeft altijd gelijk". In feite is het gewoonlijk zo dat de meerderheid ófwel ongelijk heeft ófwel indien ze gelijk heeft dit een oninteressant, alledaags of triviaal gelijk betreft. En de meerderheid beslist in veel gevallen - maar niet vanwege een bewijsbaar gelijk maar omdat "Het beslissen by meerderheid van stemmen is 't recht van den sterkste in der minne. Het beduidt: áls we vochten, zouden wy winnen...laat ons 't vechten overslaan." (Zie verder 7, waar dit uit geciteerd is.) Overigens: zie 423.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail