Nedernieuws        

 

6 november 2005

                                                                 

Withuis 

 

 

Mevrouw Jolande Withuis is doctor in de sociologie, ongetwijfeld hoog betaald medewerkster van het NIOD, columniste van Opzij, en mij enigszins uit haar boeken bekend omdat die handelen over enkele zaken die mij persoonlijk aangaan, zoals het hebben van een CPN-achtergrond, en het hebben van een vader (en grootvader) die in een Duits concentratiekamp werden opgesloten vanwege hun verzetsactiviteiten.

De boeken die ik van haar las - Erkenning en Na het kamp - zijn niet onaardig, niet onzinnig, en redelijk geïnformeerd over de themaas die ze behandelt, maar ook geheel niet vrij van feitelijke fouten of vreemde gedachtesprongen, hoewel in ieder geval dat laatste vrij normaal is onder sociologen en overige intellectueel zelden bijzonder begaafde sociale wetenschappers, was het alleen omdat dit toch vooral de wetenschappen der talentlozen zijn. Immers, wie werkelijk wetenschappelijk talent heeft studeert een echte bèta-wetenschap, of iets waar een ander werkelijk talent voor nodig is, als Chinees of medicijnen.

Ik had mij voorgenomen op deze site wat over de boeken die ik las van mevrouw Withuis te schrijven, over wier persoon ik weinig weet, omdat ik haar niet ken, en niet meer dan twee boeken van haar las van overwegend academische aard, of althans van die pretentie.

Maar voordat ik haar boeken heb kunnen behandelen liep zij mij, metaforisch althans, voor de voeten, en als persoon, voorzover dat kan in een persoonlijk artikel in een dagblad, en liet zij mij struikelen over een artikel van haar in de NRC van 27 oktober, onder de wervende titel 'Bijstandsmoeders zijn dom en lui' - trouwens een titel in typisch feministische proza-stijl, dus zonder kwantoren. (Zie: Mary Franken)

Haar aanleiding omschrijft doctor Withuis - die ik "doctor" zal blijven noemen, omdat ze socioloog is -  in de eerste alinea van haar stuk als volgt:

Onthutsend, onthullend én voer voor sociologen - zo mogen we de drie interviews met bijstandsmoeders in deze krant van 20 oktober wel noemen. Onthutsend, om de vanzelfsprekendheid waarmee deze vrouwen vinden dat er voor hen en hun kinderen moet worden gezorgd, is het niet door een man dan door de collectieve medemens. Onthullend vanwege redeneringen waarmee ze hun comfortabele levenshouding legitimeren.

Tsja. Ikzelf las die interviews niet, en heb geen zin te kijken of ik ze kan vinden. Een voorname reden voor dat gebrek aan lust is dat ik zelf wel eens geïnterviewd ben door Nederlandse journalisten, en vrijwel niets van mijn eigen meningen of woorden terug kon vinden, achteraf, in het journalistieke maaksel ontsproten aan de journalistieke duim, terwijl ik wel veel attributies aan mij vond, naast twee fotoos van mij, zodat iedereen die het blad las zogenaamd wist wie ik was en wat ik dacht, volgens die liegende en fantaserende journalistieke duim dan, en is overigens dat ik regelmatig interviews hoor door Nederjounalisten op de radio in "Met het oog op morgen", die heel vaak neer komen op pogingen tot uitlokking.

Zo legde Max van Wezel minister Zalm de term "oorlog" in de mond, vrijwel een jaar geleden, en zo hoorde ik gisteren dat Stefan Sanders keer op keer op keer probeerde een andere journalist te bewegen te zeggen dat de rellen in Frankrijk van dit moment "terreur" of "terrorisme" zouden zijn. De ander wilde daar niet aan, maar hoewel dat onmiddellijk duidelijk was, was dat aan Sanders niet besteed: "Maar was het dan geen terreur?", "Maar dan kunnen we toch van terrorisme spreken?" etcetera ad nauseam - de journalist als maker van meningen, als uitlokker van formuleringen en termen, en als sensatie-maker, en trouwens daarmee ook als onverantwoordelijke liegende en poserende zuiger. 

De onthutsende, onthullende en overige schokkende mededelingen van drie  bijstandsmoeders, althans voor het gemoed van de gearriveerde min of meer academisch bekwaamde lezeresjes van Opzij, laat ik dus maar voor wat ze zijn, vrijwel zeker: Journalistieke reconstructies en attributies, geschreven met het doel  om te scoren en vanwege sensatie, en vrijwel zeker niet of slechts zeergedeeltelijk wat de geïnterviewden zelf gezegd en bedoeld hebben.

Maar iets wil ik wel kwijt over de gearriveerde min of meer academisch bekwaamde lezeresjes van Opzij, omdat ik vele tientallen daarvan carrière heb zien maken aan de UvA, vechtend met scherpe ellebogen, politieke leugens en poses, met de slogans van het moment immer voorop de tong, en allemaal met de vaste wil om voor het leven een aanstelling als "wetenschappelijk medewerker" vrouwen-studies of iets navenants te verwerven, op kosten van de gemeenschap, maar met een ambtelijk topinkomen én toegang tot de grachtengordel en de pers, en met veel medestandsters in Opzij, allen met anti-kapïtalistiese meningen, ooit, die alleen een middel zijn gebleken om zelf carrière mee te maken. Ik zei al: Zie mijn commentaar van 4 jaar geleden op Mary Franken. Dat soort, met een dergelijk breintje.

Géén van deze gearriveerde academisch kwasi-bekwaamde indertijd zwaar revolutionaire dames heeft ooit een werkelijke slag gewerkt in de werkelijke maatschappij: Wat zij zelf voor "werk" houden en betitelen is het schrijven van gewoonlijk gepolitiseerde kul voor wetenschappelijk prutsblaadjes voor hun ambtelijke soi-disant academische carrière; het verkopen van slappe politieke en morele praatjes bij wijze van werkgroep-colleges; en het veel babbelen rond de koffie-automaat van de universiteit, waar ze een inkomen van de hoogste 5% "verdienen", om, zoals dat heet, "een netwerk" op te bouwen.

Hoe het is om dag in dag uit aan een lopende band te staan weten ze niet, behalve hooguit voor een paar uur, ooit als werkstudente, heel misschien. Wat het is om dag in dag uit cassière te zijn weten ze ook niet. Echt gewerkt, zeg: als bouwvakker of boer of staalarbeider of vroedvrouw, hebben ze nooit en wilden ze nooit - ze wilden voorvrouw zijn, carrière maken, aanzien hebben, en veel geld ontvangen zonder veel inspanning. En het historisch toeval wil dat ze dat alles konden krijgen, tussen 1970 en 1995, bijvoorbeeld via de UvA, waar totalitair feministies links sinds 1972 bijna 30 jaar constant aan de macht is geweest, en alle - vette, hoogebetalende, ambtelijke - baantjes vrijwel zeker naar PvdA-leden of leden van wat nu GroenLInks is gingen: Wie anders dacht deugde niet, en werd bij voorkeur voor "fascist" gescholden, en weggewerkt.

Tegenwoordig zijn de indertijd o zo revolutionaire feministiese kwasi-academisch bekwaamde wijfjes van mijn generatie ("van verraders", zegt Komrij; "van collaborateurs", zeg ik) dan maatschappelijk gearriveerd, en hoog betaald, en zeer verwend, en ook bijzonder zelfingenomen, al zal dat voor een aanzienlijk deel Adleriaanse compensatie zijn voor wie weet welk tekort, en ontlasten ze zich bijvoorbeeld als volgt vanuit hun ivoren toren in de Opzij-contreien:

".. tot op de dag van vandaag kun je van die superieur getoonzette gesprekjes lezen met niet-werkende moeders die nuffig verklaren dat mensen "moeten mogen kiezen en dat zij en haar man er samen voor hebben gekozen dat zij thuis blijft om voor de kinderen te zorgen, want dat is voor de kinderen toch maar het beste.""

Mevrouw doctor Withuis - wellicht kinderloos om carrière te kunnen maken als socioloog met NIOD-inkomen, ongetwijfeld heel goed betaald - spuugt gal en verderf via de NRC. Hoe durven deze gender-genotes! Te besodemieterd om voor 7 euro per uur te werken! Brutaal genoeg om zelf te beslissen om géén carrière te willen maken en voor de eigen kinderen te kiezen! Schande, volgens mevrouw doctor Withuis: Hoogmoed is het allemaal, en dat geeft geheel geen pas in Neerland.

"Hoogmoed, om de veronderstelling dat hun de tegenslag van anderen bespaard zal blijven: verlating, ziekte, dood. Hoogmoed ook om hun minachting voor werkende ouders."

Intelligente mensen hoeven geen sociologie of psychologie gestudeerd te hebben om te zien dat dit allemaal projectie is van mevrouw doctor Withuis, die zich immers ontlast over de mening van iemand die feitelijk zei liever thuis te blijven om voor haar eigen kinderen te zorgen, en verder ongeciteerd blijft. Heeft mevrouw doctor Withuis geen kinderen, misschien? Zou dat haar onderliggend motiefje zijn? Ik gis maar eens, als psycholoog. Maar goed - boos is ze, heel, héél boos:

"Voor werken voelen alledrie de geïnterviewden zich te goed. De één wil eerst doorleren voor een "serieuze baan met perspectief", want ze heeft zes kinderen te verzorgen. Maar had u zo'n vak niet moeten leren, mevrouw, voordat u deze stoet ter wereld bracht?"

Tsja. Wat is er tegen willen doorleren? Wat is er tegen een baan met perspectief willen? Wat is er tegen niet willen werken, als zelfs God dat liever niet doet, volgens de Bijbel, en de mensen dat alleen moeten, volgens hetzelfde boek, vanwege de zondeval? Kortom: mevrouw doctor Withuis windt zich kennelijk over iets anders op dan ze neerschrijft, en ik gis - maar weet niet - dat ze zelf kinderloos is, en ook jaloers. In ieder geval is ze giftig:

"Bovendien zou ze met een baan "om half zeven nog moeten koken". Maar dat moeten we allemaal, mevrouw; zo verdienen we uw uitkering."

Die zit, meent ze ongetwijfeld zelf. Nu, ik mag aannemen, als bijstandcliënt, die van de zeer royale som van 100 euro per week moet leven, dat ik dat allemaal dank aan mevrouw doctor Withuis, die dat eigenhandig met koken opbrengt, als ik het goed begrepen heb. Het sociologisch voldragen proza van doctor Withuis is namelijk niet zeer eenduidig.

Hoe het zij: Het zijn de doctores Withuis c.s. die in Opzij en op het NIOD mijn uitkering verdienen! Het zijn ook deze gearriveerde hoogbetaalde feministiese voorvrouwen die menen dat ikzelf maar, invalide en al, bij Albert Heijn moet gaan vakken vullen voor 6 euro 50 per uur op mijn 55ste, met een onverbeterlijk goed doctoraal, waarmee mij het herhaaldelijk niet toegestaan was aan de UvA te werken, omdat ik niet het soort collectieve meningen heb waarmee de Withuisen carrière maakten en academische baantjes verwierven in de 80-er jaren met hun onvoorwaardelijke politieke feministiee trouw aan wat "mijn generatie van verraders" (Komrij) toen beleed, feitelijk voor een carrière, geld, macht en aanzien. En nu verdienen zij mijn uitkering, naar eigen publiek verkondigde mening.

Maar laten we dan ook reëel zijn: De economische vraag naar NIOD-publicaties is immers enorm, in het buitenland, voor wie het gelooft. Het zijn dus alleen bijzonder realistische cynici als ikzelf die menen dat het hele NIOD inclusief doctor Withuis evenzeer onderhouden wordt door werkend Nederland als bijstandsmoeders - en met dit verschil, natuurlijk, dat één enkele NIOD-medewerkster minstens 10 bijstandsinkomens kost, aan de Nederlandse gemeenschap, die in zeer grote meerderheid maar dan ook geheel niet en nooit op enige NIOD-publikatie heeft zitten wachten, en heel goed geheel zonder kan.

Maar terug naar mevrouw doctor Withuis, veelverdienster bij het NIOD, en naar eigen inzicht pilaar van de Nedereconomie, en degene die mijn bijstandsinkomen bij elkaar verdient, want ze is nog lang niet uitgefoeterd:

"De ander, die haar baan opzegde en verkoos manloos drie kinderen te krijgen, wil alleen werken voor een 'topsalaris', en niet in de kinderopvang, want ze heeft "meer in haar mars" en wordt thuis al "bedolven" onder het grut."

Ik gis - met zekerheid van grote waarschijnlijkheid - dat deze mevrouw, die kennelijk óók al het tekort heeft in de ogen van mevrouw doctor Withuis dat zij kinderen heeft ("manloos" en al, als was ze Moeder Maria - maar ja: ik heb zelf geen sociologen-brein), héél graag voor het salaris van mevrouw doctor Withuis zou willen "werken". Maar dat mag ze niet van de hooggeleerde, in tegendeel:

"Geen probleem, mevrouw, in de naschoolse opvang moeten ook administratie en afwas worden gedaan en vloeren gedweild en de ouderenzorg kan ook hulp gebruiken."

Zie je? Langharig werkschuw tuig zijn het allemaal, al die vrouwen die tegenwoordig zo maar kinderen durven hebben, en die als dank voor dat voorrecht niet eens 8 uur per dag vloeren willen dweilen tegen 6 euro per uur. Mevrouw doctor Withuis, eenmaal gearriveerd op het salarispeil van het NIOD, zal wel even bepalen wie zich voor een minimum-inkomen verplicht uit de naad moet gaan werken in het smerigste en zwaarste werk: Alles en iedereen dat vrouw is, in de bijstand zit, kinderen heeft, en dat zich niet in een NIOD- of Opzij-baantje heeft weten te manoeuvreren vanwege 20 jaar Politieke Correctheid naar nederfeministies ontwerp.

Maar we zijn er nog niet, want de hooggeleerde doctor Withuis is echt héél boos, en waarschijnlijk zelf kinderloos - als ik tenminste eens wat psychiatrisch gemotiveerd en geschoold giswerk mag doen over de driftmatige grondslagen van haar tomeloze woede over haar zusters in de bijstand:

"Nummer 3 nam eveneens zelf ontslag en klaagt nu dat werkgevers haar te oud en te duur vinden. Maar dat is precies waarom het altijd wordt afgeraden om 'tijdelijk' met werken te stoppen; dat risico heeft u vrijwillig genomen, mevrouw. Deze ex-secretaresse kan niet werken, omdat ze haar kinderen naar school wil brengen."

Alwéér die schandalige wil om voor de eigen kinderen te willen zorgen, nietwaar? Schande! Mevrouw doctor Withuis heeft natuurlijk nooit zelf ontslag genomen, en is daarom dan ook nu welstaand. Dat "werkgevers" wel eens niet allemaal engelen zouden kunnen zijn heeft ze vast vaak uitgedragen in haar fanate feministen-jaren, maar vergeet ze nu even voor het gemak: Eigen schuld, dikke bult als je te oud bent om werk te krijgen. Had je maar niet oud moeten worden, of geen ontslag moeten vragen. En vooral: Geen kinderen moeten hebben, kennelijk.

Ik ben bij de afsluitende alinea aangeland. Ik citeer het in drieën, als voorbeeld van sociologische logica van de feministiese Opzij-soort:

"Hun werkvijandige houding kan niet alleen deze drie vrouwen worden verweten. In Nederland wordt het mannelijke kostwinnerschap nog steeds niet als een antiquiteit gezien - zeker door mannen niet - en is de samenleving nog altijd niet ingericht op werkende individuen."

Merk op "werkvijandige houding": Dat is objectieve sociologen-taal, voor wie het gelooft. Merk op dat "mannen" weer ongekwantificeerd is, voor het feministies redeneer-gemak. En merk op dat het héél vreemd ingericht is in de Nederlandse samenleving, volgens de sociologische doctor Withuis, omdat de Nederlandse samenleving "nog altijd niet ingericht op werkende individuen." Er zou meer op te merken zijn over dit proza, maar ik heb dan ook geen sociologische hersentjes. Dan

"Een van de vrouwen vraagt zich af waarom moederschap niet wordt beloond met een "passend salaris". Het antwoord is eenvoudig: de samenleving heeft om die kinderen niet gevraagd."

O? Plotseling is wat "de samenleving" zou vinden - selon madame Withuis dan, feministies doctor - maatgevend voor wat moreel en praktisch zou zijn? En zijn het trouwens niet de kinderen van deze drie bijstandsmoeders die over 20 jaar het pensioen en de AOW en de goedkope tramkaart en twee kunstheupen voor mevrouw doctor Withuis moeten gaan verdienen? En sinds wanneer vráágt "de samenleving" iets?

Nu, de reden waarom mevrouw doctor Withuis een vragende samenleving - voor mij iets als 'het lezende onweer' of 'de schrijvende zee', maar ik heb nu eenmaal een logisch werkend brein - van node meent te hebben is haar volgende afsluitende redenering, die van waarachtige sociologische diepte en schoonheid is:

"En dat is maar goed ook, want als moeder zijn werd betaald uit de publieke middelen, mocht de overheid zich ook bemoeien met wie wanneer hoeveel kinderen mag krijgen - en zo'n totalitair systeem is echt veel erger dan werken."

Mevrouw doctor Withuis heeft een totalitaire geest, van het soort waar het vanzelf voor spreekt dat als de staat aan iets bijdraagt, de staat "dus" zich zou mogen aanbemoeien tegen alles wat daarmee samenhangt. Het is een gestoorde, en inderdaad totalitaire mening - maar één die volgens mevrouw doctor Withuis zozeer vanzelf spreekt dat ze 'm vanzelfsprekend projecteert op anderen.

Trouwens... ikzelf zie niet in wat er tegen zou zijn moeders te betalen voor moederen, en ook niet wat er zo afkeurenswaardig is aan een vrouw die liever haar eigen kinderen verzorgt dan aan een lopende band werkt, met het "recht" haar kinderen tegen de helft van haar minimum-salaris op de bedrijfscrèche te laten opstapelen, in bergen gillende kleuters. Maar ja, ik ben dan ook geen feminist, en ook geen doctor sociologie.

Goed - je begrijpt waarom ik sinds ik het bovenstaande van de hand van mevrouw doctor Withuis las gedwongen ben enigszins anders over haar persoon te denken, al doe ik dat natuurlijk ook met diepe psychologische begaanheid, solidariteit, en respect, natuurlijk.

En gelukkig ziet het er ondertussen naar uit dat zij en haar overige collegaas bij het NIOD degenen zijn die mijn bijstandsuitkering betalen, want mevrouw doctor Withuis is van de gearriveerde soort feministiese NIOD-burocraten die dat graag hoogstpersoonlijk mag schrijven in de NRC: "zo verdienen we uw uitkering."

Ik vermoed dat ze vindt dat de 10 euro die ik per dag te besteden heb, aan eten, voedsel, boeken, huisraad etc. welbeschouwd véél te veel voor me is, en dat het van 3 of 5 euro ook moet kunnen.

Had ik immers maar niet ziek moeten worden! Of minder kritisch moeten zijn tegen haar vrienden en vriendinnen in de PvdA! Eigen schuld, dikke bult!

 

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail