Nedernieuws        

 

19 mei 2005

                                                                 

Liu Binyan

 

 

Deugt er dan helemaal niets en niemand? Wel, er is de calvinistische leer van de erfzonde, die geheel en al adekwaat is aan alles en iedereen die in Amsterdam bestuurt: Allemaal dieven, oplichters, leugenaars en intriganten, net zoals Calvijn dacht, en ik zou niet weten met welke uitzondering ook, van welke partij ook, al kan een enkeling zich wellicht verweren met het voorwendsel dat ie te dom of te laf was om z'n plicht te doen, en ook persoonlijk niet handig en brutaal genoeg was om méér dan een paar duizend euro te stelen. MIJ is in ieder geval gedurende 25 jaar zoeken in Amsterdam als ware ik Diogenes helemaal géén werkelijk mens in het Amsterdams bestuur gewaar geworden.

Toch bestaan er dergelijke mensen, althans - ja, 't is ver weg - in China.

Liu Binyan is zo iemand, is dit jaar 80 geworden, en is een behoorlijk verbazende man: Een chinese marxist, journalist en schrijver, met een kennelijke fraaie Chinese stijl, die in 1957 uit de partij werd gezet als 'extreem rechts element' (= kritiek op Mao) en maar liefst 22 jaar heropvoeding onderging, om vrijwel direct na z'n rehabilitatie zeer fraaie en moedige artikelen te schrijven over de Chinese bestuurlijke corruptie, met titels als 'Mensen of monsters?', en in 1987 voor de tweede keer uit de partij gezet te worden.

Het is iemand wiens vader Russisch kende, die dat aan hem leerde, en die zichzelf Engels en Japans leerde, en die net als ik een bevlogen lezer is. Ik ken hem van een boek van hem dat de zeer goed gekozen Nederlandse titel 'Een kwestie van karakter' heeft (Engels: 'A higher kind of loyalty'). Hieronder volgen twee citaten, die aangeven waarom de man mij zozeer bevalt, en hoe uitzonderlijk moedig hij is, maar eerst een citaat van mijzelf uit mijn commentaren bij Multatuli, naar aanleiding van een andere bijzonder moedig Chinees:

Hier is een relevant citaat uit een zeer instructief boek, gepubliceerd in 1991 en n.a.v. vele gruwelijke ervaringen gedurende Mao's Culturele Revolutie:

"It was from this time that I developed my way of judiging the Chinese by dividing them into two kinds: one humane, and one not."

(p. 454, Jung Chang, "Wild Swans"). Voor mij geldt iets soortgelijks, over Nederlanders, op basis van mijn ervaringen in Amsterdam, beschreven in "ME in Amsterdam". Sinds ik 3 1/2 jaar geterroriseerd ben geweest door inpandig bij mij met B&W-vergunning gevestigde, "gedoogde" en geprotegeerde harddrugshandelaren waar iedere door mij aangesproken gemeente-ambtenaar en -bestuurder beweerde geen persoonlijke verantwoordelijkheid en geen persoonlijke aansprakelijkheid te dragen geloof ik zowel in het bestaan van beestmensen als heb ik een helder inzicht in de menselijke achtergronden achter Auschwitz e.d.: het karakterloze conformisme van de grote meute dat teruggaat op hersenloosheid en de karakterloze schijnheiligheid van de grote meerderheid van politieke leiders, die zichzelf vrijwel altijd recruteren uit díe groep van schoften en leugenaars die het aan persoonlijke moed ontbreekt misdadiger te worden en aan hersens zelf wat voor te stellen in wetenschap of kunst.

Wie dit afkeurt geve waarachtig inzicht in z'n eigen menselijkheid! Zie 74, 136 en 276. Ook Milgram en Kohlberg verdienen aandachtige studie in dit verband.

Geconfronteerd met de Amsterdamse Van Thijns, Patijs, Cohens, Oudkerken enzomeer, en na 17 jaren voortdurende pijn en moeheid denk ik niet anders over Hollanders dan Jung Chang over Chinezen. Honi soit qui mal y pense!

Hier is dan Liu Binyan:

"Tweeëndertig jaar daarvoor had ik een speciaal soort mens gezocht, mensen die de wereld met hun hart en door eigen ogen zagen en die niet de kudde volgden, mensen die hun eigen hersens gebruikten, die in opstand kwamen tegen onrechtvaardigheiden niet uitsluitend hun eigen huid spaarden. Ik had overal gezocht en jonge verslaggevers aangespoord hen te zoeken, maar we hadden weinig succes gehad. En de afgelopen twintig jaar waren mensen met deze eigenschappen 'vijanden van het volk' genoemd. Onderdanigheid en slaafsheid werden nationale deugden die werden aangemoedigd door het systeem." (p. 217)

Net Nederland, nietwaar - met dit verschil dat Nederlanders spontaan zo zijn, uit eigen vrije wil, zonder enige totalitaire pressie, omdat ze zo eerlijk overtuigd zeggen te zijn van de deugd van 'doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg'.

"China leek op een monsterlijke molensteen, die maar bleef doormalen en elk spoortje individualiteit van het Chinese karakter verpletterde. Ieder woord dat je sprak, elk aspect van je leven moest aan de norm voldoen. (..) je mocht nooit en te nimmer iemand krenken, zelfs niet degene die in klare taal moesten worden toegesproken. (..)
  In feite werd van de hypocrisie een deugd gemaakt. Tussen superieuren en ondergeschikten en in relaties met mensen van je eigen niveau, overheerste een oppervlakkige houding van kameraadschappelijkheid, terwijl achter je rug om intriges plaatsvonden. Sommige mensen lieten echter hun tanden zien als ze eenmaal de mach hadden.
  Toch bestond de overgrote meerderheid van het volk niet uit politieke strebers of intriganten, de meerderheid zonk weg in middelmatigheid. Individualiteit werd onderdrukt, het geweten verstikt, en de mensen volgen de stelregel:'Liever veilig dan opvallend.'
  Na verloop van tijd veranderde een deel van China's bevolking in een stereotype met een grijns op het gezicht, standaarduitdrukkingen op de lippen, en een neutrale houding ten opzichte van kwesties waarvoor ze verantwoordelijkheid droegen. Ze deden hun dagelijkse werk volgens een vast patroon, kozen hun woorden zorgvuldig en deden hun uiterste best hun eigen politieke veiligheid te waarborgen.
  Daardoor kon middelmatigheid een deugd worden, incompetentie zorgen voor promotie. Als je zag hoe de ene na de andere groep getalenteerde, moedige en rechtschapen mensen te gronde werd gericht door diverse campagnes, kon je het anderen toch niet kwalijk nemen dat ze hun identiteit opofferden om hun huid te redden?
  Maar je kon ze zeker niet bewonderen. Ze hadden de kwaliteiten van een echt mens verloren. Ze hadden zichzelf aangeleerd niet kwaad te worden over onrechtvaardigheid, niet ontroerd te worden door lijden, niet overstuur te raken van een crisis, niet te zien dat hun land in gevaar verkeerde, en geen verantwoordelijkheid te dragen. Kortom, ze hadden geleerd zich nergens iets van aan te trekken behalve van hun eigen positie, en toch een zuiver en ongeschonden geweten te houden." (p. 222)

Waarin de Hollanders Chinezen zijn, nietwaar? Uit vrije wil, berekening, en egoïsme, maar ook - ik geef het toe, zowel als excuus als verklaring - uit aangeboren domheid en lafheid, zegge op z'n calvijns de menselijke erfzonde. Of op z'n boeddhistisch: 'Stupidity and egoism are the roots of all vice."

Ikzelf heb het de afgelopen jaren geanalyseerd, snel en uit de losse pols, maar toch redelijk adekwaat, in mijn commentaren bij Multatuli, die een soort Nederlandse Liu Binyan was, of omgekeerd, en dus - "pikant dat "dus", nietwaar" (Multatuli) - veel te lijden had, van zijn zogeheten soortgenoten.

Maar goed: echte mensen bestaan, en hebben altijd bestaan zolang er mensen zijn, overal en altijd. Helaas in een kleine minderheid, en helaas vrijwel altijd alleen van hoge intelligentie, en helaas mag je dat in Neerlanderthalië van de Neerlanderthalers niet zeggen, want dan ontbreekt het je aan de Neerlanderthaalse deugd van 'respect' (Herben) en 'gelijkwaardigheid' (nuts-managers) en 'gewoonheid' (Brinkhorst).

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail