Nedernieuws        

 

17 december 2004

                                                                 

Brouwer

 

 

Ik noemde de biografie van L.E.J. Brouwer, en kom 'm vandaag in de ramsj-column van de NRC tegen. Toch had ik het laatste niet-inkijk-exemplaar, zodat de ramsj-column kennelijk telefonisch wordt samengesteld.

Hoe het zij, ik heb 'm wel ongeveer uit - meer dan 500 paginaas - maar anders dan H. Brandt Corstius, die op de omslag staat geciteerd als

 'Intellectueel geeft de biografie veel genot'

heb ik er intellectueel niet veel van genoten. (Andere hersens, andere ervaringen.)

Ik schreef het al: Véél te weinig wiskunde of logica, en in plaats daarvan veel details over ruzies en academische milieus. Dat is enigermate aardig, omdat ik nogal wat bleek gelezen te hebben van de feitelijk nogal weinig Nederlandse wiskundigen die genoemd worden, maar overigens stemt het weer vooral pessimistisch, want er was veel ruzie en gedoe in de Nederwiskunde.

Verder is Van Dalen érg makkelijk in het wiskundigen tot "genie" of "geniaal" bestempelen, waar ik toch vooral hooguit talent zie in de meeste gevallen. Hij schijnt ook niet goed door te hebben dat veel wiskundigen, ook al zijn ze goed in hun vak, toch meer lijken op goede beroepsmuzikanten, geschikt voor het Concertgebouw, dan op grote componisten, en dat alle begaafdheid kennelijk Gaussiaans-normaal verdeeld is (dus: er is nu eenmaal heel weinig extreem talent, zoals er maar heel weinig heel lange of heel sterke of heel moedige mensen zijn).

En verder had ik graag aanzienlijk meer gelezen over grote buitenlandse wiskundigen waarmee Brouwer omging - Urysohn en Carathéodory, met name - en minder over kleine Nederlandse idems waar hij ruzie mee had, vaak.

Tenslotte snap ik Van Dalen niet helemaal: MIJ wil het voorkomen dat er nieuwe mogelijkheden zijn in de wiskunde via computers, niet zozeer omdat die voor mensen zouden kunnnen gaan denken of bewijzen zouden kunnen verifiëren, al is van allebei wat waar en geldig, maar omdat constructieve wiskunde - waar Brouwer een inspirator van was - er mee samenhangt. Maar Van Dalen treurt wat over de teloorgang van "de zuivere wiskunde", alsof die papieren uitdrukking van zeldzaam intelligente enkelingen een lang leven zou zijn beschoren ondanks de opkomst van computers, waar zoveel meer mee mogelijk is dan met papier, eenvoudig omdat je zoveel gissingen effectief kunt testen en in beeld of diagram vertalen.

Maar goed - dit alles is geen Nedernieuws behalve een item in de ramsj-column, en iets wat vrijwel geen Nederlander echt interesseert, al doet het dat mij wel.

O, nog zo'n mening op de kaft, van de - volgens mij - literatuur-recensent Michael Zeeman (die de achternaam draagt van een goed natuurkundige, maar goed):

'De gedachtevorming vindt als het ware opnieuw plaats onder onze ogen. Een plezier om te lezen.'

Nu, dat is juist precies wat ik mis: Brouwer hád interessante ideeën over de grondslagen van de wiskunde, en was origineel - en had bovendien het grote nadeel dat hij weliswaar een heldere geest had, maar géén grote gave voor helder taalgebruik, zodat er nogal wat uit te leggen zou zijn voor een aanhanger van zijn theorieën als Van Dalen. Aber nein: Nichts und abermahls nichts - wat ik enigermate kan begrijpen voor een biografie. Maar stop 't dan in appendixen, en schrap eventueel wat irrelevant geruzie, vind ikzelf, die van wiskunde en logica houdt en niet gelooft dat ik wiskunde lees als ik òver een wiskundige lees, anders dan literatuur-recensenten en Neerlandici.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail