Nedernieuws        

 

12 december 2004

                                                                 

Vader en de revolutionairen

 

 
Zoals je weet was onze vader een bijzonder man, en meer dan hij zelf wist, en dat laatste vooral omdat hij zo trouw partij-ganger was vanwege 3 1/2 jaar concentratie-kamp en, hoewel intelligent, weinig kennis had, en meer een doener en artistiek type was, dan een denker. Maar hij was ook vrijwel de enige geloofwaardige marxistische revolutionair waar ik weet van heb, en was zowel integer als rechtvaardig, en evident uitzonderlijk moedig.
 
De redenen waarom ikzelf tussen mijn 18e en 20e van het marxistische geloof afviel - wat tussen 1968 en 1970 was, toen "mijn generatie van verraders" (Komrij - feitelijk: "collaborateurs" - Maartensz) zo graag marxist mochten wórden, zijn de volgende
  • ik was in mei en juni 1968 in het toen revolutionaire Parijs, en in 1969 in het bezette Maagdenhuis, allebei uit nieuwsgierigheid, en zonder deel te nemen, en kon de studentenleiders vergelijken met onze vader, zwaar in het nadeel van de studentenleiders - in het bijzonder: Cohn-Bendit in Frankrijk, en Ton Regtien en Paul Verheij in Nederland - die mij allemaal als poseurs, brallers en mannetjesmakers voorkwamen vergeleken bij vader, terwijl ik Marx béter kende dan zij, en dus wist dat ze ook daarover logen
  • ik was serieus begonnen logica, analytische filosofie en wetenschap te bestuderen, en dat spoorde allemaal bijzonder slecht met wat ik van Marx en de marxisten had gelezen, waar ik trouwens altijd problemen mee had gehad van logische aard, vooral wat betreft de dialectiek
  • het proza en de zogeheten "theorie" in de CPN, overal en van iedereen, was gruwelijk slecht en dom, en sloeg vaak helemaal nergens op, al was het ook meestal bijzonder pretentieus
  • in 1970 ontdekte ik Bertrand Russell, die ik vele klassen beter, zinniger en helderder vond dan Karl Marx etc. en
  • in 1970 beloog wethouder Harrie Verheij van de CPN mij systematisch over de Sleep-Ins en mijn rapportage daarover, nadat ik één van de drie gemeentelijke Sleep-Ins in de zomer van 1970 geleid had (feitelijk door de bestaande leiding, die incompetent was, af te zetten) - in feite bestendigde Verheij corruptie en drugshandel, en deed dat opzettelijk

Ik denk dat dit de hoofdpunten zijn. De intellectueel belangrijkste was ongetwijfeld mijn al bestaande ontevredenheid over de marxistische theorieën en mijn relatieve tevredenheid over Russell en analytische filosofie, en ik denk dat de emotioneel belangrijkste reden was dat ik vond dat de studenten-revolutionairen als karakters klein en zwak waren vergeleken met vader, terwijl ik wist dat ook vader zich theoretisch vergiste, wat ik hem makkelijker kon vergeven dan Regtien, Cohn-Bendit, of Dutschke.

En wat voor mij definitief de deur dicht deed waren de leugens en corruptie van Harrie Verheij, au fond een hele griezelige intrigant - en z'n zoontje Paul, die ikzelf uit de OPSJ oppervlakkig ken, en nooit niet-dronken heb meegemaakt, heeft uiteraard carrière gemaakt bij de gemeente Amsterdam, en is nu kennelijk hoofd van degenen die mij aan het vakkenvullen willen zetten bij AH, "omdat u gereïntegreerd moet worden in Onze Nederlandse Samenleving".

Nu, over mijn lijk én het hunne, als dat nodig is - en verreweg de beste kandidaat voor BVD-agent in de CPN-top die ik ken heet Harrie Verheij, terwijl zijn beleid rond de gemeentelijke Sleep-Ins uitgesproken smerig en corrupt was, en feitelijk de Amsterdamse drugshandel zeer welgevallig moet zijn geweest, omdat het de drugshandel in de Sleep-Ins zeer bestendigde en bevorderde. (Ik citeer Verheij nog wel eens over Stalin, uit 1953. Het is namelijk leerzaam over zijn karakter - want nee: dom is ie niet. Slecht wel. En wat mij daar zo aan irriteert is dat de carrière van zoiets inferieurs ten koste ging van de integriteit van onze ouders, die echt geloofden, en echt werden bedrogen.)

Trouwens, de rapporten die ik uitbracht aan Verheij en B&W van october 1970 en januari 1971 heb ik ook nog steeds, en pas teruggevonden, en zijn voor een 20-jarige bijzonder goed, en trouwens heel herkenbaar mijzelf, wat me enigszins verbaasde, maar niet bijzonder veel, omdat ik weet dat ik sindsdien over zeer veel zaken ongeveer soortgelijk ben blijven denken. Maar het was aardig om te zien dat ik toen al zo schreef, en ook zo snel en makkelijk, als tegenwoordig - met dit grote verschil dat ik toen niet wist hoe weinigen dat feitelijk gegeven is, en het me altijd verbaasde hoe weinig, krom, en slecht beredeneerd proza ik terugkreeg voor mijn eigen moeite en stukken, àls ik al iets terugkreeg.
 

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail