Nedernieuws        

 

18 november 2004

                                                                 

Hirsi Ali en NRC

 

 

Er is een hoofdredactioneel artikel "De stilte rond Hirsi Ali", dat begint met

"DE TWEEDE KAMER telt 150 gekozen volksvertegenwoordigers. Sinds 2 november zijn dat er echter de facto 149. Ayaan Hirsi Ali (VVD) wordt na de moord op de cineast Theo van Gogh en de doodsbedreiging aan haar adres die daarmee gepaard ging zo zwaar beveiligd dat zij haar werk in het parlement en daarbuiten niet meer kan doen. Een kamerlid is letterlijk monddood gemaakt."

Hm. Ik neem aan dat het haar eigen keus is, en hoorde op de radio dat er "vanuit de hele wereld belangstelling is" voor haar boeken, teksten en de film 'Submission'. Dan wordt den volke medegedeeld

"HET GAAT HIER om een principiŽle kwestie: de dodelijke bedreiging van Ayaan Hirsi Ali wegens denkbeelden die zij uitdraagt, die er blijkbaar toe leiden dat zij haar werk moet neerleggen treft niet alleen haarzelf, maar ook het instituut waarvan zij deel uitmaakt: de Tweede Kamer der Staten Generaal."

Ronk, ronk. Maar wat is nu de "principiŽle kwestie"? En daarbij: Ik ben - invalide en wel - van de Universiteit van Amsterdam verwijderd "vanwege uw uitgesproken standpunten", maar niemand zag daar in Amsterdam een probleem in. Ik ben met moord bedreigd door inpandige harddrugshandelaren "Als je iets doet wat ons niet bevalt, dan vermoorden we je" - wat nog wat bedreigender is, dunkt me. Maar vele honderden Amsterdamse bestuurders en gemeente-politici interesseerde dat niets, mogelijk vanwege mijn zeer geringe menselijke waardigheid, in hun ogen.

Maar afgezien daarvan: Wat moet een kamerlid die met de dood bedreigd is op geloofwaardige wijze ŗnders dan vluchten, onderduiken, en zich voor het moment kalm houden?

De NRC-hoofdredactie ziet dat echter anders, ongetwijfeld in "principiŽle" termen, naar eigen dunk, want ze concluderen uiteindelijk:

"Het Kamerlid Hirsi Ali is nu al zestien dagen het zwijgen opgelegd. Elke dag dat deze uitzonderingstoestand voortduurt is een overwinning van de terreur. Het betekent dat vrijheid van meningsuiting is beknot en de democratie is beschadigd."

O? In de eerste plaats: Het is weer ronkend proza, en het gaat voorbij aan het feit ze ongetwijfeld zelf verkiest zich niet te vertonen, wat verstandig is, terwijl ze nu ook aan haar internationale reputatie kan werken. In de tweede plaats, wat betreft "vrije meningsuiting": Ongetwijfeld staan op het ogenblik vrijwel alle kranten ter wereld in beginsel open voor de geschreven meningen van Hirsi Ali. (Vergelijk ze met mijn mail aan Ebru Umar van 2 augustus 2003).

In de derde plaats, persoonlijk gesproken: Mijn vrije meningsuiting is beknot; mijn carriŤre-mogelijkheden zijn beknot; mijn gezondheid is geruÔneerd, alles ten behoeve van de reputatie van Van Thijn, Patijn en Cohen, en in de interesse van de Amsterdamse drugs-mafia en Amsterdamse gemeentelijke drugs-corrupte advocatuur.

En dat kon niemand van wie ik daarover aansprak in Amsterdam - Van Thijn, Patijn, Cohen, officieren van justitie, politiecommissarissen, bestuursdienst-advocaten, Hoofd Veiligheid, Hoofd GG&GD, rechter Westhoff, OM-persofficier Meulenberg, advocaat-generaal Myer ("deeltijd hoogleraar mensenrechten") en vele honderden Amsterdamse ambtenaren - "Ik heb geen persoonlijke verantwoordelijkheid. Ik heb geen persoonlijke aansprakelijkheid." - ene moer schelen. Het was immers mijn pijn maar, mijn invaliditeit maar, het waren mijn mensenrechten maar, en "Wij, de Amsterdamse politie, komen pas als de lijken al over de vloeren liggen".

Ik memoreer maar weer eens, in het kader van Neerlandse "gelijkwaardigheid", "Onze Democratische Rechtsstaat", "de idealen van de Februaristaking" uit naam waarvan de bestuurs-ťlite van Amsterdam pretendeert te besturen, enzomeer.

     Van Gogh 

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail