Nedernieuws        

 

24 oktober 2004

                                                                 

CPN 

 

 
In de NRC van vrijdag 22 10 staat een recensie van "In dienst van de BVD", van een Frits Hoekstra, onder de kop "Jagen op alles wat rood was". Uit de school van de nationale geheime dienst klappen kwam vaker voor, maar in het buitenland:

"Toch is nu voor het eerst een oud-medewerker van de BVD opgestaan om zijn herinneringen samen te vatten in een boek, "In dienst van de BVD". Het boek werd vooraf niet goedgekeurd door de AIVD."

En - bleek van de radio, waarop ik de man hoorde, en uit dit artikel - hij wordt wellicht vervolgd.

 
Hoe het zij:

"Hoekstra werkte tussen 1971 en 1987 als operationeel medewerker, analist, en later hoofd van operationele afdelingen. Met die onthullingen valt het erg mee. Het boek geeft wel een aantal interessante inkijkjes in de operaties van de BVD, vooral ten aanzien van Nederlandse communistische kringen, zoals de CPN en de Rode Jeugd. In sommige partij-afdelingen had de CPN zoveel agenten rondlopen dat die afdelingen waarschijnlijk zouden omvallen als zij hun werk staakten, beschrijft Hoekstra."

Interessant, nietwaar. Zometeen wat meer hierover, omdat ik daar wel eens eerder over gepeinsd heb. Eerst de twee slotalineaas van de recensie:

"Een interessante passage is Hoekstra's uitvoerige verhaal over zijn opgezette confrontatie in een Weense hotellobby met Fr Meis, de Groninger "handelsreiziger in revoluties", in het midden van de jaren tachtig. Hoekstra was Meis achtervolgd om hem te betrappen op een gesprek met een afgevaardigde van het politbureau van de Sovjet-Unie, Popov. Het was Hoekstra's taak om Meis te laten weten dat de Nederlandse regering niet gediend was van dergelijke contacten van Nederlandse staatsburgers. 'Meis schrok zich rot' herinnert Hoekstra zich.
Mocht de AIVD haar dreigement waarmaken dat Hoekstra zal worden vervolgd wegens overtreding van het ambtsgeheim, dan zullen Hoekstra's memoires bij de veiligheidsdienst voorlopig ook wel de laatste zijn."

Mijn vraag is natuurlijk: Wie waren al die BVD-agenten nu eigenlijk? Fre Meis niet, onze ouders niet, Simon Korper en vrouw niet, Paul de Groot niet - maar dan? Wat mij opgevallen is, ondertussen, is dat bijvoorbeeld Ina Brouwer precies hetzelfde deed als Meis verweten werd (net als trouwens Henk Hoekstra en Paul de Groot), maar dat Ina Brouwer bijzonder goed terechtgekomen is in allerlei zachte bestuurlijke baantjes met hoge inkomens.
 
Ook kwam ik rond 1970 bij Marcus Bakker over de vloer (vanwege zijn dochter Edith), en kon verifieren dat hij, geheel anders dan vader zei, veel beter af was en woonde dan meer gewone CPN-leden, en er is nu dan ook een Marcus Bakker zaal in de Tweede Kamer. Dan Harrie Verheij, die ontkende dat hij mijn rapport over de Sleep-In ontvangen had, en mij in 1971 uit alle gemeentelijke Sleep-Ins liet zetten op gezag van B&W, via zijn directe ondergeschikte mevr. mr. Storm, die evident corrupt en alcoholisch was. Naar Harrie Verheij is een sporthallen-complex in Amsterdam vernoemd, en zijn zoon en dochter zijn weer zeer goed terecht gekomen, de eerste bij de gemeente Amsterdam, en de tweede bij Vrij Nederland.
 
Ik kan dat niet als toeval zien, ook in samenhang met hoe onze ouders behandeld werden (afgescheept met het meest minimale verzetspensioentje dat er was), en Bakker en Verheij zijn al jaren mijn kandidaten voor BVD-agenten, eenvoudig vanwege hun grote feitelijke beloningen, en omdat ze allebei niet dom en wel handig zijn, en de eerste evident loog als auteur van het zogenaamde Rode Boekje uit 1958 (wat echt gestoorde waanzin is), en tegen mij over vader, en de tweede idem als dichter van een poem op Stalin in 1953, en tegen mij over de Sleep-Ins. 
 
Het is geen bewijs, maar ik vind het wel opvallend - en NB dat noch Bakker noch Verheij veel voorstelden in het verzet in de 2e W.O. Het valt mij ook op i.v.m. mijn eigen behandeling - en bijvoorbeeld de oudste dochter van Marcus Bakker werd geheel probleemloos docent psychologie in de tijd dat ik herhaaldelijk van de UvA getrapt werd, en ook zij is dus feitelijk bijzonder goed terecht gekomen, en zonder mijn kwaliteit hersens of diplomaas te hebben.
 
Over de BVD-achtergronden van Elsbeth Etty en Ina Brouwer zou ik ook graag meer willen weten, want ook de eerste heeft het ver gebracht als ex-CPNster, nl. professor aan de VU, columnist van de NRC, en lid van zo ongeveer iedere literaire commissie die er is in Nederland, wat trouwens veel beter verdient dan schrijver-zijn, zeggen deze jury-professionals zelf, en ze is een typische Stalinistische aanbrengster, weet ik al vele jaren: Voor iemand als zij is er niets opwindender dan iemand aanbrengen bij autoriteiten als niet deugend, zus of zo.
 
Uiteraard gis ik over de oorzaken van hun bijzonder grote maatschappelijke Nedergeluk, en kan ik niets bewijzen, maar ik vind dat het verbazend goed afgelopen is, maatschappelijk en financieel, met nogal wat prominente ex-CPN'ers, die allemaal moreel en intellectueel niets bijzonders zijn of waren, maar die zr veel meer geholpen zijn dan, bijvoorbeeld, ik, die alleen maar tegengewerkt is in Nederland. En de Etty's, Brouwers, Verheijen, en Bakkers zaten allemaal minstens tot 1985 in de CPN, terwijl ik daar op mijn 20ste uitging. En ik weet van alle vier dat ze zowel aanmerkelijk dommer zijn dan ik ben, als veel minder goed afgestudeerd zo ze dat al zijn, en alle vier echte grote leugenaars zijn, de laatste twee in zaken die mij direct betroffen.
 
Trouwens: Of ik het moreel verwerpelijk vind dat ze voor de BVD werkten, als ze dat deden? Op zichzelf niet, maar er zitten nogal wat kanten aan, zoals bijvoorbeeld vader's stellige mening dat Marcus Bakker het niet beter zou hebben dan hijzelf, wat geheel niet waar was. Of Harrie Verhey's feitelijk optreden ten behoeve van de harddrugshandel: Er moeten heel wat mensen verslaafd zijn geraakt in de Amsterdamse gemeentelijke Sleep-Ins, maar dat kon Verheij evident niets schelen. Etc.
 
Hoe het zij: Het blijft vreemd en opvallend dat de families Bakker en Verheij, ouders en kinderen, allemaal vele jarenlang welbekende beroepsrevolutionairen en verraders van Nederland, naar doorsnee Nederdunk, toch allemaal zo goed zijn terechtgekomen in Nederland, en zo geerd zijn. (Dat geldt trouwens minder voor Edith Bakker, maar die was altijd vreemd, en ook vrij snel weg uit de CPN. Waarom Marcus Bakker een zaal in de Tweede Kamer naar hem vernoemd kreeg, en Marisca Milikowski-Bakker een uitstekend betalende aanstelling aan de UvA, zou ik toch wel graag weten. Het kan niet vanwege uitnemende intellectuele of morele kwaliteiten zijn, in ieder geval.)

 

 

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail